45 Pantserinfanteriebataljon traint verstedelijkt gevecht tijdens Urban Peacock

De grond trilt onder onze voeten en het gebrul uit de krachtige motor van een CV90 vult de straten. Tijdens Urban Peacock trainde het Bravo-team inclusief gevechtscompagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon afgelopen weken het optreden in verstedelijkt gebied (OVG). Dat gebeurde in oefendorp Marnehuizen. Zoals altijd betekende dat heel veel ‘zagen’, uitstijgen, rook, huizen zuiveren en hindernissen doorbreken. Dat leverde deze fraaie platen op.

Tekst: Mediacentrum Defensie | Foto’s: korporaal-1 Roy van Veen, kapitein Joris van Duin

Een CV90 stuift over het zand.
Opgepast! Wie deze CV90 (Combat Vehicle 90) op zich af ziet komen, doet vanzelf een stapje naar achteren. Met een maximumsnelheid van zeventig kilometer per uur is deze kolos sneller bij je dan je denkt. In dit infanteriegevechtsvoertuig passen naast de chauffeur, boordschutter en commandant nog eens zeven militairen.
Militairen rennen uit een CV90.
Na een paar keer ‘zagen’ - rap naar voren en achteren rijden om de vijand te verrassen en zelf zo veilig mogelijk te blijven - is het tijd om uit te stijgen. Infanteristen die achterin de bak zitten, verlaten zo snel mogelijk de CV90 om een pand in Marnehuizen te betrekken.
Militairen verplaatsen van een CV90 naar een pand in oefendorp Marnehuizen.
Bij het uitstijgen is één ding heel belangrijk. Om veilig het pand te bereiken, moeten de infanteristen continu druk zetten op de vijand. Dat betekent dus: snel voorwaarts gaan, wapens richten en volop focus.
Pantserinfanteristen rennen door een gele rookwolk.
Het liefst ongezien - en anders onder dekking verplaatsen - is een must. Zo is de kans op vijandelijk vuur incasseren het kleinst. Dat doen de pantserinfanteristen onder meer door een rookgordijn op te werpen. Letterlijk. Zo ziet een eventuele vijand pas op het allerlaatste moment waar ze zijn.
Een militair zaagt een deur van een oefenpand door midden.
We blijven even hangen in de gele rook. Het bestormen van een pand is één. Maar het betreden ervan is soms knap lastig. Gelukkig heeft de Bravo-compagnie pantsergenisten binnen de gelederen. Zij helpen op minder subtiele wijze toegang tot gebouwen te verkrijgen.
Een pantserinfanterist slaat een raam stuk.
Dichte deur? Geen probleem. Dan maar via het raam. Met een harde klap barst deze ruit in vele duizenden stukken en splinters.
Militairen in oefendorp Marnehuizen.
Tijdens dit zogenaamde ‘breachen’ staan de pantserinfanteristen stil en zijn ze dus kwetsbaar. Daarom letten collega’s continu op dreigingen van buitenaf.
Een militair in een pand in oefendorp Marnehuizen.
Bij het zuiveren van de panden zijn de militairen volledig op elkaar aangewezen. Van elke gang, elk kamertje en elk hoekje moeten ze zeker zijn dat daar geen vijand is. Optimale focus is daarom vereist.
Een CV90 in een rookwolk.
Om te voorkomen dat er slachtoffers vallen onder het uitgestegen personeel, blijft de CV90 in de buurt.
Twee militairen rennen een CV90 in.
En als er dan toch een gewonde valt, dan komt de CV90 goed van pas. Een pantserinfanterist helpt zijn collega met hoofdwond het gevechtsvoertuig in, zodat die snel naar geneeskundige troepen kan worden vervoerd.
Militairen blazen een deur op in oefendorp Marnehuizen.
“3, 2, 1…” Een enorme klap met een flinke drukgolf in het kielzog klinkt door het oefendorp. Een dichte deur is niet bestand tegen de explosieve lading die de pantsergenie tot ontploffing brengt en breekt in tweeën. Het verrassingseffect speelt een grote rol bij het betreden van gebouwen en dat is hier aardig gelukt.