Tekst Martin Zijlstra
Foto Familie Memerda

Hulp in de huishouding uit Heerlen

75 jaar geleden eindigde de Tweede Wereldoorlog. Meer dan ooit tevoren wordt dit herdenkingsjaar duidelijk hoe groot de gevolgen van het conflict waren voor de gewone man of vrouw. Iedereen kreeg er op de een of andere manier mee te maken. De komende weken vertelt de Defensiekrant de verhalen van mensen die de oorlog van dichtbij meemaakten. Vandaag is dat Ank Memerda, die in 1944 als 21-jarige hulp in de huishouding een familielid naar Duitsland volgt en daar midden in de oorlog terecht komt.

Ank woont in die tijd bij haar grootouders, omdat haar moeder niet getrouwd is. Ze wordt al jong aan het werk gezet bij haar tantes, wanneer die kinderen krijgen. Werk dat gewoon doorgaat na 1940, zeker wanneer haar oma een beroerte krijgt. “Ze leefde daarna als een kasplantje en daar konden mijn goede zorgen niets aan veranderen.”

Ank Memerda moest al op jonge leeftijd hard werken. Gelukkig bleef er tijd voor leuke dingen zoals deze balletfoto's laten zien.

Dominee

Anks grootste uitdaging komt in september 1944. De geallieerden naderen en van de nazi’s moeten alle in Zuid-Limburg wonende Duitse vrouwen en kinderen naar de 'Heimat'. Omdat Ank haar tante Mien met een Duitser getrouwd is die in Nederland is geboren, moet zij ook weg. Samen met haar 3 kinderen. “Opa vond dat ze niet alleen kon reizen, dus ik moest mee.” Een poging op het laatste moment van de dominee om iedereen te overtuigen in Nederland te blijven is kansloos. “Hij noemde het onchristelijk om naar Duitsland te gaan.”

In 1942 gaat Ank Memerda (achteraan) op de foto met haar tante Mien en - toen nog - 2 kleine nichtjes. Later kwam er nog een 3e kindje bij.

'We hadden 1 kinderwagen vol spullen, een paar tassen en 1 koffer.'

Heks

Ze vertrekken 5 september 1944 naar de grensplaats Herzogenrath, waar een trein klaarstaat. “We hadden niet veel bagage, 1 kinderwagen vol spullen, een paar tassen en 1 koffer.” Tijdens de reis moeten de passagiers telkens de trein uit als er luchtaanvallen zijn. “Pas na 3 dagen waren we op de plaats van bestemming, niet ver van Hannover. We werden op een klein station opgehaald door een meisje met een handkar en ondergebracht in het dorpje Steinwedel. Tante Mien kwam met de jongste 2 op een boerderij, ik met de oudste bij een bejaarde Duitse. Ze was niet aardig, volgens mijn nichtje gedroeg ze zich als een heks en leek ze er ook op.”

Al snel moet Ank werken in een munitiefabriek 2 kilometer verderop, waar ze met een hamer de bovenkant van gebruikte mortiercontainers afslaat. Iedere dag staat ze om 4 uur op, loopt naar het station om vandaaruit een stukje met de trein te reizen en dan nog eens 3 kilometer te lopen. “We werkten samen met Russische krijgsgevangenen en maakten ons verstaanbaar met handen en voeten, dat ging prima. Alleen de Duitse baas deugde niet, hij nam af en toe vrouwen mee naar achteren en misbruikte ze. Ik heb hem er nooit de kans voor gegeven.”

De fabriek waar Ank in de oorlog moest werken. Voor de oorlog werden hier machines voor pluimveehouders gemaakt, tijdens de oorlog munitieonderdelen.

Gewond

Vlak voor Kerstmis 1944 wil Ank van stukjes blik, speelgoedkacheltjes voor de kinderen maken. Ze knipt het blik op maat maar schiet uit, het stuk gaat dwars door haar hand heen en steekt er aan de andere kant uit. Ze wordt verbonden en herstelt voorspoedig. Tegen die tijd neigt de oorlog al naar zijn einde. Wel zijn er nog steeds luchtaanvallen. “Ik nam altijd een breiwerkje mee de schuilkelder in, dan had ik tenminste iets te doen.”

Rond april 1945 raakt Ank opnieuw gewond. Een collega met een geestelijke beperking gooit tijdens een woede-uitbarsting een stuk ijzer naar haar. Het raakt Ank aan haar voet en ze loopt een flinke wond op. “Ik kon niet meer werken, dat was nog steeds zo toen de Amerikanen kwamen.”

Na de oorlog moest de gemeente Steinwedel iedere maand opgeven hoeveel buitenlanders er waren. Ank Memerda is nummer 6 op dit lijstje van 20 november 1945.

Ongedierte en tyfus

Na de Duitse capitulatie krijgen Ank en Mien post. Eerst krijgen ze bericht dat de oma van Ank is overleden. In de tweede brief staat dat de man van Mien de oorlog heeft overleefd. Niet lang daarna staat hij plotseling voor de deur. “Toen Mien hem zag werd ze lijkbleek en begon helemaal te trillen.”

'In dat kamp was het een puinhoop’

Nu hij weer bij zijn familie is, kan Ank naar Nederland. Maar dat gaat niet zo gemakkelijk. Begin 1946 krijgt ze bericht dat ze eerst naar een kamp in Osnabrück moet waar alle Nederlanders zich moeten verzamelen. “Daar was het een puinhoop, er was niets te eten, het stikte er van het ongedierte en er heerste tyfus. We zijn 's avonds met een paar man ontsnapt, naar het station gelopen en op een goederentrein gesprongen. Terug naar tante Mien.

Pas veel later, in september 1946, ben ik met een gewone trein terug naar Nederland gereisd. Ik weet nog dat ik 's avonds laat bij de grens aankwam. Die was gesloten, omdat het zondag was. Omdat ik de Amerikaanse grenswacht plechtig beloofde op maandag terug te komen om alle formulieren in te vullen, mocht ik toch door en kreeg van hem zelfs 1 gulden voor de bus.” Ze gaat naar haar familie in Heerlen maar meldt zich, zoals ze heeft beloofd, de volgende dag weer bij de grenspost. Daar vult Ank Memerda de benodigde formulieren in en mag dan ook 'officieel' naar huis. Klaar voor de rest van haar leven.

Na de oorlog werkt Ank Memerda nog jarenlang als hulp in de huishouding, trouwt in 1954 en krijgt zelf ook 2 kinderen. Ze overlijdt op 28 oktober 2008.

Het volgende verhaal is dat van Jan van Elk, een 34-jarige melkman die in het verzet belandt en zijn inzet voor Joodse mensen met de dood in Dachau moet bekopen.