06

Dit artikel hoort bij: Landmacht 06

De andere kant van de medaille

Tekst KAP Saminna van den Bulk
Foto Sergeant Sjoerd Hilckmann, Phil Nijhuis, archief NIMH

SM Tom Renhungan | Bronzen Kruis | Afghanistan

Medailles zijn onlosmakelijk verbonden met de landmacht. Ze vertegenwoordigen trots en zijn een officiële erkenning van de onvoorwaardelijke inzet van militairen, soms met gevaar voor eigen leven. Elke onderscheiding heeft een verhaal. In deze rubriek vertelt een collega over diens meest waardevolle stukje eremetaal. Deze keer: KCT’er sergeant-majoor Tom Renhungan (44), een van de mannen die samen met onder andere korporaal Kevin van de Rijdt in een vuurgevecht belandde.

Tom is een ‘broekie’ van 19 jaar als hij solliciteert bij de krijgsmacht, maar niet door de psychologische test heen komt. Als hij 22 is probeert hij het nogmaals. “Ik wil het beste van het beste”, zegt hij als hij de banenwinkel binnenloopt. Hij wil zich bewijzen voor zijn vader, oud KNIL-militair. En voor de wereld. Het is alles of niets.

Dat beste, dat is voor Tom het Korps Commandotroepen. Deze keer komt hij wel door de tests, afgezien van het fysieke gedeelte dan. “De eindbeoordelaar keek naar buiten en zei: het is mooi weer vandaag. Dat fysieke? Dat kan je wel bijtrainen. Ik laat je door.”

Sergeant-majoor Tom Renhungan op het Arnhem Oosterbeek War Cemetery. Een belangrijke plaats. Het is waar de eerste omgekomen Nederlandse commando begraven ligt en de plek waar de eindmars van de Luchtmobiele opleiding start, waar Renhungan senior instructeur is.

Neus in de boter

Na een intense opleiding belandt Tom bij 104 Commandotroepencompagnie. Saamhorigheid, broederschap, voor elkaar door het vuur gaan: hij vindt wat hij zoekt. “Ik kwam paraat rond 9/11 en kreeg al snel de opdracht naar Afghanistan te gaan. Mijn eerste uitzending was in 2002, ik viel met de neus in de boter. De ideale situatie voor een beginnende militair.” In Kabul voelt de jonge commando bevrijding. “Een andere cultuur, samen met maten aan de bak in een ander land.”

“Alles of niets. Ook al vind ik iets niet leuk, ik wil me altijd voor 300 procent geven.”

‘Op uitzending voelde het veilig en vertrouwd. Duidelijk, zwart-wit.’

Een uitzending naar Irak en een tweede missie in Afghanistan volgen. Hoewel het op werk goed gaat, krijgt Tom thuis het nodige voor zijn kiezen. “Mijn relatie ging slecht en ik verloor mijn pa. Ik liep met mijn ziel onder de arm. Het was puur overleven. Ik wilde eigenlijk alleen maar wég.”

Terugkijkend beseft de militair dat het wellicht symptomen van burn-out waren. “Ik was te koppig dit na te gaan. Ik wilde die stempel niet. Tijdens de uitzending naar Kandahar in 2005 kwam ik weer bij mijn positieven. Daar voelde het veilig en vertrouwd. Duidelijk, zwart-wit.”

(On)overwinnelijk

Ook bij Task Force 55 in 2009 is Tom op zijn gemak. “Mooie inzetten, out of the box ‘dingen doen’. Het was echt een goede missie voor het KCT.”

September van dat jaar: “We waren nog niet zo lang in het gebied, toen we naar een buitenpost op de grens van Helmand en Uruzgan gingen. De opdracht was een confirm and deny-actie.” Op kamp Coyote, waar het 17e zit, krijgen ze intell. Het gebied ligt onder druk: veelvuldig zijn er IED strikes. Met een grabbag en middelen voor 3 dagen gaan de commando’s op pad. Bij een verkenning te voet langs de Helmand-rivier splitst de groep op.

TF55 betekende “’out of the box ‘dingen doen’. Het was echt een goede missie voor het KCT.” (Archieffoto NIMH)

Het ene peloton loopt langs de ene zijde op het high ground, de ander versprongen in afstand op de lagergelegen green. “We liepen er vroeg in de ochtend. De boeren op de akkers schrokken zich kapot. De dag erna liepen we dezelfde route, nu was de situatie helemaal anders. Doodse stilte. Geen kinderen op het land. Het voelde of er iets stond te gebeuren.”

‘Je voelt je in zekere zin onoverwinnelijk.’

Angst voelt hij niet. “Daar ben je als commando voor getraind. Je voelt je in zekere zin onoverwinnelijk.” Ze hangen af in een quala en kijken op een hoger gelegen punt hoe het tweede peloton als zwarte stippen in de verte nadert. “Een maat berichtte nog over een man die hij zag lopen en die niet ‘lekker uit zijn hoofd keek’. We zijn gaan zoeken, maar vonden hem niet terug. Achteraf was dit misschien een spotter.”

Kogels zingen voorbij

Want dan breekt de hel los. Rookwolken op het lagergelegen gedeelte, knallen en inslagen vlak langs hen. “De kogels zongen voorbij. Het was een en al gekletter. We keken elkaar aan: wat is dit?” Ergens was het ook een klein euforisch moment, zegt Tom. “Een vuurgevecht. Hier heb je voor getraind. Je valt terug op je drills.” 

Ze zoeken naar de vijand: die laat zich niet ontwaren. Het team besluit af te breken en terug te trekken terwijl de mortieren en de patronen om hen heen inslaan. Ze belanden in een gully. “Koppen tellen. We misten er eentje. Bovenaan de heuvel zat een kloof, waar ik daarvoor nog met Kevin had gezeten. Bij het terugtrekken was hij afgesneden van eigen troepen.”

‘Koppen tellen. We misten er eentje.’

Het eerste wat hij wil doen? “Opstaan. Erheen. Scenario’s schieten door je hoofd. Maar het kón niet. We moest laag blijven, om ons heen zagen we de stenen wegketsen van de inslagen.”

Oneervol

Terug bij de quala verschijnt het tweede peloton, dat zich verschuilt in de irrigatiekanalen. Tom krijgt een opdracht: een club samenstellen die Kevin gaat halen. “We gingen met zijn zessen. Ik stond vol in de actiemodus, maar zag ook angst in de ogen van jonge collega’s. Echt stilstaan bij wat er allemaal gebeurde kon ik niet: er gebeurden zoveel dingen tegelijk.”

Wanneer Apachevlieger Roy (drager van de Militaire Willemsorde, red.) ‘knalt’ is het hun sein om naar boven te rennen. “Kevin had veel bloed op zijn shirt. Het zag er niet goed uit. We probeerden hem weg te dragen. Makkelijk ging het niet. Hij leek van lood.” Als het uiteindelijk lukt Kevin omhoog te krijgen, tilt een collega hem verder naar beneden. “Hij bungelde daar… Het was zo oneervol. Je rent zo hard als je kan, je doét wat je kan.”

“Je rent zo hard als je kan, je doét wat je kan.”

Verslagen leger

Kevin wordt afgevoerd met een medevac, de club trekt terug. “Een verslagen leger. Bij Coyote kwamen we bij elkaar als eenheid. Vol ongeloof, verdriet, woede. Een trieste bedoening, alle emoties komen voorbij. In je hoofd speelt een wirwar en telkens: had ik maar… Of: wat als?”

Een week rouw volgt. “Toch gingen we met volle moed weer voorwaarts. Je rouwt, maar je zit er ook voor een missie. Ondanks dat is het een van de mooiste uitzendingen geweest die ik ooit gedraaid heb. Er was verbroedering en actie, tot op de laatste minuut.”

Van inzet naar instructeur

“In Nederland pak je het leven weer op.” En toch, er knaagt iets. Hij neemt een kijkje buiten de poorten van Roosendaal, als groepscommandant Fennek bij het 17e.

Daarna komt het instructievak weer op zijn pad. Na 4 uitzendingen werkte hij eerder als instructeur bij Demolitie tussen 2005 en 2008.  Nu wordt hij instructeur bij een pilot om commando’s de initiële opleiding te laten volgen bij Luchtmobiel. Daarna staat hij aan het roer van de ECO, nu werkt hij als senior instructeur bij de Rode Baretten.

‘Ik was een harde sergeant. Dat ebde weg.’

Hoewel instructie hem eerder in zijn carrière veel moeite kostte, wint de nieuwsgierigheid het van de onzekerheid. “In the picture staan is niet mijn ding. Tegelijkertijd lag de lat hoog. Dat is me thuis en bij het KCT met de paplepel ingegoten. Je moet de allerbeste willen zijn.” Toch lijkt er inmiddels iets veranderd.  “Ik was een harde sergeant. Dat ebde weg. Ook door relaties in mijn leven. Ik merkte: met leerlingen aandacht geven en ze een spiegel voorhouden, kom je verder.”

Paniek

Steeds dichter komt Tom bij zichzelf. Eerst confronteert zijn lichaam hem met zichzelf. Doktoren treffen een kwaadaardig gezwel op zijn lever aan. Opnieuw is het vechten voor de commando, deze keer om kanker te overwinnen. Wonder boven wonder slaat hij zich er doorheen. Dan volgt de mentale klap. Als hij na een slotenmars een speech moet houden voor commando’s in spe over opofferingsgezindheid, breekt hij. “Ik voelde de grond onder mij wegzakken. Angst, pure paniek. Alles wat ik jarenlang had weggestopt kwam omhoog. Van pure stress kon ik plotseling doof zijn. Bizar.”

‘Ik stond altijd ‘aan’, nu moet ik leren thuiskomen.’

Alles komt samen. “Als ik erop terugkijk zie ik het kwartje vallen. Ik kampte met mijn verleden, was altijd aan het vluchten en presteren voor andere mensen. De maat was vol. Ik zette mijn trots opzij en bezocht een psycholoog.” PTSS -gerelateerde klachten was het oordeel. Deze keer geen vrees voor een stempel, maar opluchting. “Er viel een last van mijn schouders. Ik stond altijd ‘aan’, nu moet ik leren thuiskomen.”

“Dat ik die jonge mensen nu nog iets kan meegeven, iets kan bijleren, ze een spiegel voor kan houden: daar doe ik het voor.”

Andere missie

De behandeling volgt nog, toch is voor Tom de knop om. Bewustwording, meditatie, podcasts luisteren: “Alles wat ik nooit deed. Ik begin mijn rust te vinden. Ook een missie, maar een iets andere dan voorheen. Het was een lange weg. Ik wilde nooit falen. Altijd doorgaan. Jarenlang hoopte ik dat andere mensen trots op mij waren. Nu ben ik trots op mijzelf, zeker. Als senior instructeur begeleid ik mensen, geef ze vertrouwen en help leerlingen beter te worden. Ik wil geen dingen meer doen omdat anderen het tof vinden, maar omdat ik het zélf tof vind. Volgend jaar ga ik aan de slag bij de Nationale Reserve als beroeps. Ik gun mezelf die tijd en ruimte. Voor het eerst.”