04

Dit artikel hoort bij: Landmacht 06

Printlab op locatie

Tekst KAP Saminna van den Bulk
Foto SGT Gregory Fréni

Additive Manufacturing-container ondersteunt Herstel

Defensie start het ene na het andere innovatieproject. Het Commando Landstrijdkrachten heeft er zelfs een speciale sectie voor: de afdeling Innovatie. In deze rubriek belicht Landmacht bijzondere trajecten die deze groep initieert of ondersteunt. Ditmaal de Additive Manufacturing-container, een nagelnieuw 3D-printlab voor operationele doeleinden.

Midden in missiegebied breekt het kunststof kapje voor de dieseltoevoer van de Boxer af. Of...de deurscharnier van de Fennek begeeft het. Helaas biedt de reservevoorraad geen uitkomst. Dan kan je het voertuig parkeren en wachten tot het reserveonderdeel geleverd wordt. Het alternatief? Print het onderdeel en je kan een dag later weer op pad.

Een 3D-geprint kunststof kapje voor de dieseltoevoer van de Boxer.

AM?

Additive Manufacturing is het laagje voor laagje opbouwen van voorwerpen door een 3D-printer op basis van 3D-modelgegevens. Het Materieellogistiek Commando beschikt over een heus Additive Manufacturing Expertise Center, met maar liefst 15 3D-printers. “Deze lenen we ook uit aan hersteleenheden en, daar waar nodig, geven we ze een korte opleiding om met het apparaat te kunnen werken.”

De container is voor inzetbaarheid uitgebreid getest in onder andere de klimaatkamer in Woensdrecht en op de DAF-testbaan. Het operationele printlab moet namelijk wel tegen een stootje kunnen. “Alle testen heeft-ie goed doorstaan.”

Spiksplinternieuw

De Additive Manufacturing (AM)-container van de Landmacht maakt het allemaal mogelijk. Het initiatief kwam van Gerben Fokkink en zijn team. De projectleider AM (afdeling Techniek, MatlogCo) zag het voorbeeld bij de marine. “De 3D-print-container kan herstellers binnen de landmacht helpen om grondgebonden wapensystemen operationeel inzetbaar te houden, was onze gedachte.” Het maakt dat de Landmacht sinds enkele weken een innovatief mobiel printlab rijker is.

Aan de ene zijde het werkgedeelte….

De groene AM-container bestaat uit twee ruimten. De ene zijde is het werkgedeelte, waar twee mensen kunnen tekenen, ontwerpen en overleggen. Aan de andere zijde prijkt de printruimte: hier kan de eenheid, afhankelijk van de missie of oefening, de gewenste printer installeren en gebruiken. De ruimten voldoen aan alle eisen die 3D-printen vereist: “De luchtvochtigheid is optimaal en de temperatuur is constant te controleren. Zelfs in de heetste gebieden is het in de container goed uit te houden”, aldus Fokkink.

...aan de andere de printruimte.

Toegegeven: “Je kunt natuurlijk niet al vurend voorwaarts met een container in je nek”, glimlacht de printpionier. “Maar ik kan me goed voorstellen dat deze container in oefen-of missiegebied wordt ondergebracht bij de hersteleenheden of bij de opslag van andere reserveonderdelen staat.”
Want daar kan de container tijdwinst bieden: “Afhankelijk van het formaat, het materiaal en de complexiteit neemt het printen van een onderdeel ongeveer 1 à 2 dagen in beslag. Dat is meestal sneller dan wanneer het reserve-onderdeel opgestuurd moet worden. Kleinere onderdelen kunnen echter al in een paar uur gereed zijn.”

Gerben Fokkink, projectleider AM.

Samenwerken

3D-printing speelt een steeds grotere rol in het operationele optreden van militairen. Hoewel er grote stappen worden gezet, is het ook werken in ‘onontgonnen terrein’, geeft Fokkink aan. “Er bestaan bijvoorbeeld geen databases van ontwerpen van onderdelen die we kunnen printen. Hierin vragen we support van COMMIT. Daar onderhouden ze de contacten met de fabrikanten van de verschillende wapensystemen.”

Van print naar praktijk: de deurscharnier van de Fennek.

Daarbij is het kijken hoe 3D-printen in de workflow van hersteleenheden te passen is. “Dat betekent nu vooral: maximaal testen en uitproberen. Binnen de landmacht wordt momenteel een roadmap opgesteld op basis waarvan 3D-printen een plaats binnen het optreden krijgt.”

Bij het internationale evenement AM Village afgelopen maand in Ede-Driesprong baarde de container een hoop opzien. “Als Nederland zijn we echte doeners. Ook Duitse, Engelse, Franse en Spaanse militaire collega’s timmeren hard aan de weg op het gebied van 3D-printen. Hierin zie ik zeker kansen voor internationale samenwerking”, zegt Fokkink.

AM Village

3D-printen is slechts een van de voorbeelden die nieuwe technieken bieden om gevechtsschade te repareren. Tijdens Additive Manufacturing Village (AM Village) kwamen krijgsmachten, kennisinstituten en industrie uit 15 landen bij elkaar op Camp Innovation in Ede-Driesprong. Het delen en ontwikkelen van nieuwe technieken stond voorop, maar ook de toepasbaarheid ervan in militaire operaties. Denk aan ‘cold spray’, een speciale coating om metalen onderdelen mee te repareren, zoals een brandstoftank. Deze hoeft dan niet eerst volledig leeg te zijn en uit elkaar te worden gehaald.

De container is te vervoeren op een Scania Wissellaadsysteem.

Vuurdoop

Hersteleenheden bij 13 Lichte, 11 Luchtmobiele en 43 Gemechaniseerde Brigade maken al maximaal gebruik van de mogelijkheden die Additive Manufacturing biedt. “En ze hebben de container ook al helemaal omarmd.” In september gaat het operationele printlab daarom voor het eerst mee op oefening tijdens de Field Training Exercise Furious Hunter van 13 Lichte Brigade in het Duitse Klietz. En daarna? “Kans bestaat dat-ie volgend jaar in Litouwen staat.”

Op dit moment beschikt de Landmacht over één AM-container. De aanbesteding biedt echter ruimte voor de aankoop van meer printcontainers. De printruimte is dedicated voor de Landmacht, maar is uiteraard ook paars inzetbaar, mocht daar behoefte voor zijn.