Dit artikel hoort bij: Defensiekrant 36
Terugkijker
Het is weer tijd voor een blik op de kalender. In de rubriek 'Terugkijker' richten we het vizier om de week op een gebeurtenis uit het verleden. Van militair-historische aard en gebeurtenissen waarbij Defensie betrokken was, maar ook situaties die invloed hebben gehad op de hele wereld.
Om hiermee het ‘o ja-gevoel’ op te roepen, maar ook omdat we in deze jachtige tijd gebeurtenissen vaak zo snel vergeten of ons deze niet meer exact herinneren. Deze keer gaan we terug naar 25 september 1991. Op die dag stelt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) een wapenembargo in voor heel voormalig Joegoslavië. Dit besluit luidt uiteindelijk ook de Nederlandse deelname in bij de handhaving hiervan.
Tekst: kapitein Nico Schinkelshoek | Foto’s: archief NIMH
Oorlog in voormalig Joegoslavië
Na het uiteenvallen van Joegoslavië volgt vanaf 1991 een reeks oorlogen. Die ontstaan wanneer verschillende staten zich onafhankelijk verklaren. Meerdere partijen maken zich daarbij schuldig aan etnische zuiveringen. In een poging de conflicten een halt toe te roepen, legt de VN een algemeen en volledig wapenembargo op aan heel voormalig Joegoslavië. De hoop is dat het zo moeilijker wordt voor de strijdende partijen om aan wapens te komen. Met Resolutie 713 wil de VN het aantal doden en de toegebrachte schade enigszins inperken. Op 30 mei 1992 volgt daarbovenop een handelsembargo tegen Servië en Montenegro.
In juli van dat jaar starten NAVO-schepen met operatie Maritime Monitor.De West-Europese Unie (WEU) volgt enkele maanden later met Sharp Vigilance, waarbij vliegtuigen worden ingezet. Het observeren van het scheepvaartverkeer op de Adriatische Zee richting Joegoslavië moet voorkomen dat onder meer wapens en militaire goederen het conflictgebied binnenkomen.
De mogelijkheid om overtredingen ook daadwerkelijk te bestraffen, ontbreekt alleen vooralsnog. Marineschepen zijn niet bevoegd om verdachte schepen aan te houden of te onderzoeken en mogen slechts naderen tot op 450 meter. Het gevolg is dat de waarde van de operaties minimaal is. Op 16 november 1992 neemt de Veiligheidsraad Resolutie 787 aan, die lidstaten toestaat het embargo zo nodig met geweld af te dwingen.
Operatie Sharp Guard
De tot dan toe lopende operaties worden vervangen. Enerzijds door de operatie Maritime Guard (NAVO) en anderzijds door operatie Sharp Fence (WEU). Zwaarbewapende mariniers mogen vanaf nu schepen veiligstellen, waarna controleteams aan boord kunnen.
Op 17 april 1993 volgt bovendien een aanscherping van de maatregelen. Na Resolutie 820 wordt onder meer het algehele vervoer van goederen over landgrenzen of via havens van Joegoslavië verboden. Enkele uitzonderingen daargelaten. Ook het toezicht op deze verscherpte maatregel mag met geweld afgedwongen worden.
Enkele maanden na deze resolutie bundelen de NAVO en WEU beide operaties in Sharp Guard. Die staat onder leiding van de NAVO-commandant van de Allied Naval Forces Southern Europe. De samenvoeging moet zorgen voor meer coördinatie en effectiviteit.
Nederlandse bijdrage
Ook Nederland neemt deel aan de verschillende operaties. In eerste instantie stelt ons land een fregat ter beschikking voor de operaties Maritime Monitor en Maritime Guard. Voor de operaties Sharp Vigilance en Sharp Fence levert de Koninklijke Marine twee P-3C Orion-patrouillevliegtuigen. Deze houden het scheepvaartverkeer in het zuidelijk deel van de Adriatische Zee in de gaten. Dat doen ze vanaf de maritieme vliegbasis Sigonella op Sicilië. Nederland houdt ook bij de start van operatie Sharp Guard vast aan deze bijdrage van één fregat en twee Orions.
Per Orion is een bemanning van tien militairen en zes tot acht militairen voor ondersteuning nodig. Telkens wordt zo’n groep voor de duur van een maand uitgezonden. De schepen opereren langer. Deze zijn steeds twee tot zes maanden op pad. Ook vliegen Nederlandse militairen mee als radaroperators en luchtgevechtsleiders met E-3A AWACS-toestellen (Airborne Warning And Control System). Deze toestellen observeren het scheepvaartverkeer eveneens. Bovendien stelt de Koninklijke Marine tweemaal een onderzeeboot beschikbaar.
Opschorting embargo
Op 18 juni 1996 schort de VN het embargo op. Een dag later volgt ook de opschorting van operatie Sharp Guard. De omstandigheden die de blokkade noodzakelijk maken, veranderen een half jaar eerder door de ondertekening en uitvoering van de zogenoemde Dayton-akkoorden. Deze maken formeel een einde aan de oorlog in Bosnië. Daarmee vervalt ook de noodzaak voor een zeeblokkade.
De NAVO meldt nog diezelfde dag in een persbericht dat de operatie succesvol is verlopen. 73.000 schepen zijn benaderd, meer dan 5.800 zijn op zee geïnspecteerd en ongeveer 1.400 schepen zijn omgeleid naar havens voor inspecties. Geen enkel schip is succesvol door het embargo gekomen. Ondanks zes pogingen daartoe.