06

Dit artikel hoort bij: de Vliegende Hollander 09 | 2023

Spoor 3 verbetert de slagkracht

Task Force Defensienota 22 wil samen het verschil maken

x
Leestijd: 7 minuten

Na ongeveer een jaar maakt de CLSK Task Force Defensienota (DN)22 de contouren van de toekomstige luchtmacht beter zichtbaar. Klinkt bijna zeven miljard euro stoppen in het verbeteren van het vliegende krijgsbedrijf onwerkelijk? Kolonel Rob van den Heuvel hoor je niet klagen. Het hoofd van de task force is heel tevreden met de vorderingen die de drie werkgroepen maken.

Tekst: Andre Twigt | Foto’s: sergeant-majoor Jan Dijkstra

Het aantal F-35’s zal met een derde squadron tot 52 toestellen groeien.

‘Naast wapensystemen uiteraard ook combat support en combat service support’

Even een paar stapjes terug. Om de plannen uit de DN 22 gestalte te geven zijn er drie sporen opgetuigd, waarlangs de task force opereert. Spoor 1 houdt zich bezig met scenario’s en concepten. Op dit vlak is eerder dit jaar een inventarisatie gedaan, op welke locaties de Koninklijke Luchtmacht in Europa ingezet kan worden. Van de drie onderkende scenario’s is er één zo goed als af. ”Met de tweede starten we volgende maand”, meldt Van den Heuvel. De derde volgt in 2024. Volgens het hoofd wordt er bij ieder scenario wederom kritisch gekeken naar welke middelen de missie nodig heeft. “Naast de wapensystemen kijken we dan uiteraard ook naar wat nodig is voor combat support en combat service support.”

De nieuwe luchtmacht vereist ook veel gespecialiseerd personeel.

Samenspraak

Spoor 2 gaat over welk materieel en welke mensen in de nabije toekomst nodig zijn in deze scenario’s. Dit spoor werkt de maatregelen van DN 22 uit, waarin CLSK een rol speelt. Dit proces vordert gestaag. “Als we bijvoorbeeld nieuwe heli’s gaan kopen, doen we dat altijd in samenspraak met andere partijen binnen Defensie”, zegt Van den Heuvel.

Zo werken ze nauw samen met de defensiestaf als opdrachtgever en met het Commando Materieel en IT (COMMIT) als verwerver. “Ook hebben we geld gekregen om op de wapenvoorraden aan te vullen en op grote schaal reservedelen te kopen. Hiervoor is eveneens alles in gang gezet en zijn al meerdere contracten met de industrie getekend.”

Spoor 3 raakt ook het opleiden en trainen van het vliegend personeel. Foto’s: Gerben van Es

65 van de 80

Van ruim tachtig maatregelen waarin het CLSK een actieve rol speelt, zijn er zo’n 65 afgerond. Dat gaat onder meer over het opstellen van een programma van eisen voor de opvolger van de Cougar. Of het in gang zetten van een reorganisatie voor het uitbreiden van een operationele eenheid. Daarmee is het voor het CLSK nog niet af, want daarna moeten de verwerving, introductie van de helikopter en de opleiding van personeel nog worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden worden luchtmachtbreed in de reguliere bedrijfsvoering uitgevoerd.

Het aantal MQ-9 Reapers voor 306 Squadron wordt met vier uitgebreid tot acht stuks.

‘Vooral: hoe kunnen we het beter doen?’

Het Derde Spoor

In het inmiddels opgestarte Spoor 3 staat het verbeteren van de slagkracht centraal. De werkgroep houdt zich bezig met de vragen: wat hebben we beschikbaar, wat moeten we er precies mee doen en vooral hoe kunnen we het beter doen? Dit raakt de gereedstelling, het opleiden en trainen, van de luchtmacht. Iets wat hierbij om de hoek komt kijken, is het significant verhogen van de paraatheid. Sinds de oorlog in Oekraïne ligt de focus van Defensie op oorlog op NAVO-grondgebied. De eisen die het bondgenootschap aan zo’n Artikel 5-operatie stelt, liggen vele malen hoger dan bij vredesmissies, ook wel wars of choice genaamd. “De situatie in Oekraïne heeft ons laten zien dat we niet altijd kunnen kiezen.”

Van den Heuvel: “Met het materieel dat we erbij krijgen, zijn we beter in staat om met de luchtmacht het verschil te maken.”

‘Zeven dagen per week paraat zijn, vereist een andere balans’

Andere mindset

De NAVO is daarom bezig de paraatheid in aangepaste plannen vorm te geven in het NATO Force Model. Dit model heeft grote invloed op de luchtmacht. Bestond de hoofdtaak nog niet zolang geleden uit wereldwijde inzet voor de belangen van Nederland. De huidige Artikel 5-operatie vereist volgens Van den Heuvel een andere mindset en soms een andere organisatie. Hadden we bij vredesmissies te maken met lange planningsperiodes en kleinschalige inzet… Kenmerk van deze operaties zijn naast grootschaligheid ook korte tot zeer korte reactieperioden.

“Wat we momenteel uitwerken, is hoe we home base operations moeten aankleden. Bij een ‘artikel 5’ is het denkbaar dat F-35’s en MRTT’s [A330 Mulitrole Tanker Transport-vliegtuigen, red.] vanaf hun thuisbases opereren; zeven dagen per week, 24 uur per dag. Deze hoge staat van paraat zijn, vereist een andere balans tussen mensen en middelen. Ook hiermee houden we ons binnen Spoor 3 bezig.”

Home base operations aankleden: bij een ‘artikel 5’ is het denkbaar dat F-35’s en MRTT’s vanaf hun thuisbases opereren. Foto: sergeant-majoor Maartje Roos

‘Sneller ingezet, langer volhouden en samendoen’

NATO Force Model

Van den Heuvel vertelt over een lijn onder Spoor 3. Die houdt verband met de manier van gereedstellen en hoe die aangepast kan worden op het nieuwe NATO Force Model. Doel hiervan is om een snel inzetbare troepenmacht van land- en luchtmacht en marine te creëren en die toe te wijzen aan specifieke defensieplannen. De NAVO heeft behoefte aan meer vliegtuigen en wil dat squadrons voor langere tijd in staat zijn op het strijdtoneel te opereren. “De miljarden euro’s die we erbij hebben gekregen moeten niet alleen bijdragen aan het herstel, maar ook aan het verhogen van de gereedstelling van de krijgsmacht. De slagkracht moet fors omhoog.”

“Dat is ook precies de boodschap van onze commandant luitenant-generaal Steur: ‘Fight tonight, fight tomorrow, fight together’”, legt Van den Heuvel uit. “We moeten sneller ingezet kunnen worden dan we gewend waren, we moeten het langere tijd kunnen volhouden en we doen het samen.”

Het militaire optreden met een hogere gereedheid en slagkracht toont de relevantie van het luchtwapen.

‘Groei die nodig is om 24/7 te opereren’

Niet alleen

Het CLSK moet volgens Van den Heuvel ook onderzoeken hoe de industrie en civiele partners kunnen aansluiten bij het verbeteren van die slagkracht. “Zo zouden we door strategische partnerschappen aan te gaan een deel van het onderhoud kunnen uitbesteden. Zéker daar waar wij personeel tekortkomen. Ook kunnen we afspraken maken voor het uitbesteden van de IT-ondersteuning.” Het zijn volgens de vlieger ideeën waarvan we nog niet alles van weten. Maar de hulp van de ‘buitenwacht’ is wel noodzakelijk. “De groei die nodig is om 24/7 te opereren, is best fors. We kunnen dat niet alleen”.

Nog meer dan nu al gebeurt, heeft het CLSK ondersteuning van buitenaf nodig: kennisinstituten, industrie en andere civiele partners. Foto: Gerben van Es

‘Mensen krijgen energie om de verandering samen waar te maken’

Energie

De kolonel vertelt dat dit onderwerp reeds heeft geleid tot discussies, zowel op de luchtmachtstaf in Breda als bij de onderdelen. Hij merkt dat zodra collega’s het verhaal van het NATO Force Model horen, zij er energie van krijgen om samen de verandering van de luchtmacht, de krijgsmacht en de NAVO waar te maken. “Inmiddels heeft Nederland de NAVO een aanbod gedaan. Vanwege de haalbaarheid moet dat nog wat uitgewerkt worden. Maar met het materieel dat we erbij krijgen, zijn we beter in staat om met de luchtmacht het verschil te maken. Daarover heb ik geen enkele twijfel.”