Tekst KAP Saminna van den Bulk
Foto SM Aaron Zwaal, privécollectie AOO Becks, archief NIMH/Mediacentrum Defensie

AOO Maurice Becks | Bronzen Kruis | Afghanistan

Medailles zijn onlosmakelijk verbonden met de landmacht. Ze vertegenwoordigen trots en zijn een officiële erkenning van de onvoorwaardelijke inzet van militairen, soms met gevaar voor eigen leven. Elke onderscheiding heeft een verhaal. In deze rubriek vertelt een collega over diens meest waardevolle stukje eremetaal. Deze keer: Adjudant Maurice Becks. “Tijdens missies is er geen ‘niet goed is opnieuw’, er is geen herkansing. Ik heb een aantal keren gedacht: dit was het dan.”

De spotlights? Geen plek voor adjudant Becks. Achter de coulissen voelt hij zich meer op zijn gemak. Bovendien: “Als ik mijn medaille in 27 stukken kon snijden, deed ik het.”

Adjudant Maurice Becks op de NATO Special Operations University in België.

En toch blikt hij terug op Uruzgan in 2006, de missie waarin hij en zijn mede-commando’s 9 dagen lang van de ene in de ander hinderlaag belandde én overwon. “Daden laten leven”, is het motto van de Vereniging Dapperheidsonderscheidingen. Ik hoop dat ik met mijn verhaal jonge mensen inspireer en motiveer. Want dit pak, dat draagt grote betekenis.”

In de schaduw

Dat Becks commando wordt is verre van een lotsbestemming. Naar vaders voorbeeld was het de bedoeling om marinier te worden. Na zijn dienstplicht in 1988 bij de pantserinfanterie blijft Becks hangen, al is dat optreden eigenlijk niet aan hem besteed. Becks ziet meer in het opereren in een selecte club. Goed getraind, complexe missies, grote zelfstandigheid en met een taak in de schaduw. Tijdens zijn opleiding tot onderofficier gaat hij met een groep medeleerlingen op keuring voor een functie bij het Korps Commandotroepen. Tijdens zijn plaatsing bij de pantserinfanterie krijgt Becks onverwachts een brief. “Ik werd in oktober 1993 op de Engelbrecht van Nassaukazerne verwacht. Ik was het eerlijk gezegd alweer vergeten.” Maar het past Becks en in de jaren daarna vervult hij verschillende functies binnen het KCT. In 2001 volgt een plaatsing voor 3 jaar bij de KMS; in 2004 keert Becks terug naar het KCT bij 108 Commandotroepencompagnie, waar hij onder andere functies als ploegcommandant en CSM vervult.

Serieus oorlog

Terug naar 2006. De Deployment Task Force krijgt de opdracht het tot dan toe vrij onbekende Uruzgan te verkennen. Waar nodig is het aan Becks en zijn collega’s om de strijdende eenheden te ontwrichten. Het zijn de eerste stappen, waarna Task Force Uruzgan (TFU) zich inzet voor wederopbouw.

“Buiten de poorten was het serieus oorlog”, blikt Becks terug. “De Taliban zat niet op ons te wachten. Zulke grote en intense gevechten waren de Nederlandse krijgsmacht sinds Korea niet meer overkomen. Op patrouille, knokken, terug. Optoppen en weer naar buiten. We kwamen enkel op de basis voor munitie, onderhoud, rapportage en planning.”

Een van de tientallen keren dat ze troops in contact krijgen is tijdens Operation Perth. Australische collega’s uit het Special Air Service Regiment (SAS) en Nederlandse commando’s trekken, onder leiding van de dan luitenant Marco Kroon, de Baluchi-vallei in. 9 dagen lang. Aan de noordzijde infiltreren de commando’s op dag 1 ’s nachts. Aan hen de vallei zuidwaarts schoon te vegen. Aanvallen, consolideren en zo door. De Amerikanen ondersteunen vanuit de lucht.

In die 5 dagen in de Baluchi-vallei variëren de gevechten tussen de 5 minuten en een aantal uren.

Overlopen

Die eerste nacht is het meteen raak. “In Kala Kala waren wij uiteindelijk nagenoeg omsingeld. Met onze nachtzichtapparatuur zagen we naderende Talibanstrijders.” Het begint met een enkeling. Al snel zwelt de meute aan. Zoveel, dat we zeker wisten overlopen te raken. De Minimi-schutter opende het vuur. Geen demper natuurlijk: het was de vijand meteen duidelijk waar we zaten. Je kan net zo goed roepen: “Hallo, hier zijn we!”, maar keus hadden we niet.”

De greenzone, Kala Kala.

‘Volgens mij gaan we dit niet navertellen, ouwe’

Ondanks het uitschakelen van vijanden blijven de strijders komen. De kogels gieren de militairen om de oren. De mannen zijn koud aan de missie begonnen, of dreigen het overwicht te verliezen. Te midden van het vuurgevecht roept luitenant Kroon naar Becks: ‘Volgens mij gaan we dit niet navertellen, ouwe.’ Maar als na het aanvragen van een preplanned gunship het gebrom van de Hercules klinkt, lonkt de bevrijding. Alleen, het beboste gebied maakt de commando’s moeilijk vindbaar. Met een laser schijnt Becks omhoog, over de radio geeft hij zijn eigen locatie door. “Iets wat je eigenlijk echt niet kan doen”, legt Becks uit. “Maar wilden we uit dit gevecht komen, hadden zij die coördinaten nodig. “Dus klinkt in de radio: “I repeat, my location is…”

Tijd voor thee

Tijdens de missie ontstaat er tussen de Australiërs en de Nederlanders een brotherhood, vertelt Becks terugkijkend. “Wat nu eenmaal gebeurt als je intense gebeurtenissen deelt. Zit ik als JTAC’er in de comms met Apachevliegers tijdens een gevecht, wordt er op mijn schouder getikt. Een Aussie. “Tea, love? Ten ‘o-clock, time for a cup of tea. Dat vergeet je nooit meer.”

Ellende alom

Het verzoek wordt een call for fire. Becks, die ooit een cursus in de Verenigde Staten met gunships volgde, kent de gevaren. “In zo’n danger close-missie is 10 procent verlies aan eigen zijde te verwachten.” Het voorstel vanuit de lucht werd om een 105 mm houwitser in te zetten, maar niet zonder toestemming van de grondcommandant. Kroon kijkt Becks aan, die meteen bevestiging geeft met zijn initialen. “Mike Kilo.”

Cleared hot

“In rondes draaide het toestel om ons heen. We zochten dekking achter bomen. Van 200 meter tot 40 meter van waar we zaten waren de inslagen. De klappen… niet normaal. Wat we zagen bij de battle damage assessment patrouille was onvoorstelbaar. Bomen geknakt, de vijand uiteengerukt.” Maar…”, vertelt hij: “We leefden nog.”

‘We leefden nog’

De missie gaat daarna gewoon door. Ondertussen belanden ze van gevecht in gevecht. Aaneengesloten. Tijd voor rust is er niet. Iets meer zuidwaarts zoeken de commando’s onderdak in een stronghold, wanneer opposing military forces hen van alle kanten aanvallen. Vuren, luchtsteun aanvragen, ze naar het doel begeleiden: “We gooiden groene rook in het gebouw. Tegen de A-10’s in de lucht zei ik: “Everything outside the building: cleared hot. Je zegt dus eigenlijk: blaas alles weg buiten dit gebouw. Stel je voor dat je dan het gebouw uitkomt. Alles wat we zagen: een en al ellende.”

Het ‘schoonvegen’ van de vallei stond vooraf al bekend als een zware missie. “De kans op verlies van leven of ernstig letsel werd aannemelijk geacht.”

Wonder

In die 9 dagen variëren de gevechten tussen 5 minuten en een aantal uren. Operatie Perth is de geschiedenisboeken ingegaan als de eerste battle for Chora. “Je weet op zo’n moment dondersgoed: een verkeerde zet en het is klaar. Niet goed is niet opnieuw. Er is geen herkansing. Deze mensen willen dat jouw leven ophoudt. Die gedachte raakt me nog steeds. Het besef dat ze ons, koste wat kost, wilden uitschakelen. Wat een wonder dat we dit allemaal hebben overleefd. Daar moet je niet teveel over nadenken, want dan word je gek.”

Afsluiten

Toegegeven: Becks vrouw was niet altijd even gelukkig met Becks werk. Hoewel hij veel van huis was, zei zij: “Als jij maar gelukkig bent.” Tijdens missies zoals die in Uruzgan hebben ze contact. Becks vindt dat lastig. “Ik was zo mega gefocust. Als je dan je vrouw en kinderen aan de lijn hebt… het klinkt bot, maar zodra je die telefoon neerlegt, moet je het meteen afsluiten. Afstand nemen. Je kan dat gevoel van thuis niet laten domineren. Je volledige verstand moet bij de missie liggen.” Het stel is al sinds 1990 bij elkaar. “Dat zegt meer over haar dan over mij. Ik op pad. Zij thuis, met een baan, onze twee kinderen, de hond. Ze houdt de toko draaiende. Dat vind ik knap. Ik ben enorm trots op haar, de kids en op ons.”

“Iedereen heeft ongelofelijk goed werk gedaan.”

Verharding

Becks noemt de inzet ongekend. “Iedereen heeft ongelofelijk goed werk gedaan. We hadden geen betere pelotonscommandant als Marco kunnen wensen.” Hij erkent dat hij een beslissende rol speelde als sniper en JTAC’er tijdens de gevechten. “Je moet de juiste inschatting maken en knopen doorhakken. Maar ik blijf herhalen: het blijft een teamprestatie. Dat ik ben voorgedragen voor deze onderscheiding, dat raakt me eigenlijk het meest.”

Adjudant Becks en (toen) luitenant Marco Kroon, in 2006.

‘We moeten onze mannen en vrouwen voorbereiden op ernstinzet’

Volgens hem is deelname aan een dergelijke gevechtsmissie nu bijna niet meer voor te stellen. “Zwaar geweld, waarbij mensen mentaal en fysiek gewond raken en het leven laten.” Tegelijkertijd verhardt de maatschappij en de wereldorde”, schetst hij de situatie in Oekraïne. “Of kijk naar Niger of Mali. In beide landen heerst chaos. In Afghanistan is ondertussen de Taliban weer aan de macht. We moeten onze mannen en vrouwen voorbereiden op ernstinzet. Echte oorlog, het echte vechten. Weerbaarheid opbouwen, voor het geval dat. Want dat is waar dit pak voor staat. Vechten voor wat het je waard is. “If you love your loved ones, you need to be a fighter, how else are you going to protect the ones you love?”

Machteloos

Het tumultueuze leven van Becks stopt niet na zijn inzet in Uruzgan. Zo werd hij als assistent Defensieattaché in Libanon en Syrië tot 2 keer toe kortstondig ontvoerd. “Een keer door Hezbollah en leden van de Iraanse Revolutionaire Garde, een keer door een criminele bende. Kijk, als militair ben je gewapend. Je hebt je vest om, je assets in de lucht, je comms, QRF en je buddy naast je. In zo’n diplomatieke rol heb je niets van dat alles. Dat voelde zo machteloos.”
Ondanks zijn groene hart, neemt hij daarna korte tijd een kijkje buiten de poort. “Dat vond ik best stoer van mezelf’, glimlacht hij. “Het was een mooie ervaring, maar toch kon ik niet aarden. Nu wilde ik best terug naar Defensie, maar wat moeten ze met een man van 50?” Daar dacht de krijgsmacht anders over. Wat belletjes verder stond hij zo weer op Soesterberg, om na 3,5 jaar buiten de poort weer zijn ‘groene’ spullen op te halen. “Het waren de mensen die ik gemist had. De saamhorigheid, can do-mentaliteit, alle mogelijkheden.

“De NATO Special Operations University is een internationaal speelveld waar het operationele, strategie en onderwijs samenkomen.”

Andere kansen

Die les brengt hij graag over. Sinds 2 jaar werkt Becks aan de NATO Special Operations University op de Belgische Chièvres Air Base. “Als Command Senior Enlisted Leader ben ik de senior onderofficier naast de commandant. Enerzijds ben ik zijn voelsprieten op de universiteit, aan de andere kant ben ik een nestor voor de leerlingen die hier rondlopen.” De onderwijsinstelling is een prestigieuze universiteit voor iedereen die binnen het SOF-domein werkt. De cursussen zijn veelomvattend: van Special Operations Air Planning Course of Drone Explotation-opleiding, tot aan een SOF Leadership Course.

Een dynamische omgeving met gefocuste mensen: echt iets voor Becks. “Het is een internationaal speelveld waar het operationele, strategie en onderwijs samenkomen. Ik heb het hier enorm naar mijn zin, het is dankbaar werk.”

Wat hierna komt? “Geen idee”, zegt hij met een glimlach. Na wat nadenken: “Ooit zou ik wel korpsadjudant willen worden. Als ik dat bereik, is het voor mij goed.”