KMarMagazine 17-12-2020

Dit artikel hoort bij: Specials 02

Contact in coronatijd

Fysieke ontmoeting en terloopse informatie grootste gemis

Thuiswerken in coronatijd; velen doen het. Maar hoe houd je contact met je collega’s en blijf je op de hoogte van wat er ‘op het werk’ speelt. Niet gemakkelijk als je woon- of logeerkamer je kantoor is. Maar is het alleen maar last of juist ook lust? Of van beide wat? Aan het woord 4 collega’s die het op hun eigen manier ervaren. En, hoe ziet de toekomst er uit?

‘Vragen en antwoorden gingen diagonaal over bureaus - nu hoor je niets meer’

Adjudant Henrie Schel: “Aan collega’s vraag ik eerst hoe het met ze gaat en pas daarna hebben we het over werk.” Foto’s: sergeant Aaron Zwaal

Adjudant Henrie Schel, coördinator Robuust Team 3, recherche Brigade Brabant-Zuid, Eindhoven

“Ineens zit je thuis. Heel onwennig voor iedereen en lastig om met je collega’s in contact te blijven. Dus, eerst gezorgd dat iedereen voldoende middelen had om thuis te kúnnen werken. Iedere ochtend hield ik een vergadering met mijn team en 2 keer per week via Facetime werkoverleg. Mijn collega’s zijn ook zo gaan werken. Spreek ik mijn medewerkers, dan vraag ik als eerste hoe het met ze gaat en pas daarna hebben we het over werk. Want terloops krijg je niets meer mee, dus je moet echt collega’s bellen of ‘Skypen’. Dat was een gewenningsproces; het loopt nu goed, maar het kan het intermenselijke contact nooit vervangen. Je krijgt met bijvoorbeeld Facetime maar een momentopname en voor coördineren wil ik juist het hele proces meekrijgen, juist die kleine zaken die terloops worden genoemd. Of vragen en antwoorden die diagonaal over de bureaus gaan. Daardoor weet ik hoe iedereen in de wedstrijd zit. Nu hoor je niets meer.

Door de situatie was ik zelf ook even in onbalans, zeker met ook nog gesloten sportscholen. Dus ben ik meer gaan hardlopen en met de hond wandelen. Je moet jezelf dwingen te bewegen. Positief is wel dat je geen reistijd meer hebt tijdens thuiswerken. Daardoor ben je uitgeruster en bovendien kan je thuis makkelijker ongestoord werken. Dat zijn denk ik wel de grootste winsten van deze tijd.”

‘Het voordeel is dat nu je sociale leven thuis gewoon doorgaat’

Marechaussee-1 Jeremy Tulp: “Onze klas is een hechte club. We hebben alle examens in 1 keer gehaald.” Foto’s: sergeant Jan Dijkstra

Marechaussee-1 Jeremy Tulp, leerling bij het Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum KMar, Apeldoorn

“Wij hebben het net wat makkelijker dan de klas voor ons die halverwege de opleiding met corona te maken kreeg. Zij moesten onverwachts thuiswerken. Ondertussen is het online lesgeven goed opgestart. Wij zijn in september nog wel in Apeldoorn opgekomen, maar wisten al dat we daarna meteen weer terug naar huis konden. Ik kende al veel collega’s: we zijn namelijk een lichting van ex-marechausseebeveiligers en hebben allemaal al een jaar of 5 gediend. Wij kennen het bedrijf, maar het lijkt me heel lastig dat te leren kennen vanuit huis.

Het voordeel is dat nu je sociale leven thuis gewoon doorgaat, heel anders dan wanneer je binnenslaper bent. We volgen wel het rooster zoals in Apeldoorn. Dat is belangrijk voor je balans: een dagelijks ritme, net als sporten, ook als je pas om 12 uur les hebt. Theorie volgen we online en dan zie je elkaar via Teams. Dat was even wennen, maar voor mij gaat dat nu op de automatische piloot. Anderen hebben er meer moeite mee. Onderling hebben we veel contact via een Whatsapp-groep voor de klas en 1 met de klassenbegeleiders erbij. Eens per 2 à 3 dagenkomen we in Apeldoorn samen. De klas wordt dan meteen gesplitst in 2 secties voor nog kleinere aantallen. Daarmee doen we dan praktijkles zoals een verkeerscontrole. Het is opvallend dat onze klas alle examens in 1 keer heeft gehaald. We helpen elkaar en zijn echt een hechte club. Dat geven de instructeurs ook aan.”

‘De basis staat: iedereen van de Staf KMar kan nu thuis werken’

Dirk Ouwehand: “Niet-essentiële informatie is juist zo belangrijk voor het persoonlijk welbevinden.” Foto’s: sergeant-1 Mike de Graaf

Dirk Ouwehand, officier toegevoegd chef kabinet Staf CKMar, Den Haag

“Ik heb 1 directe collega: de chef kabinet. Ik maak dus geen deel uit van een groter team. Het is een uitdaging elkaar van alles op de hoogte te houden. Het betekent veel appen, bellen en gepland via Teams vergaderen. De chef kabinet is ook de commandant van de Staf CKMar, die de faciliteiten en randvoorwaarden regelt om te kunnen werken. Dat veranderde allemaal met corona. Hoe organiseer je bijvoorbeeld je informatiedeling? Eerst zijn veel mensen hard aan het werk geweest om alles te digitaliseren. Zo werd informatie voor iedereen beschikbaar. Daarna zorgden we dat alle werknemers thuis aan de slag konden, met bijvoorbeeld de mogelijkheid een artikel in bruikleen mee naar huis te nemen. Vervolgens: hoe verwelkom en informeer je nieuwkomers? Dat is belangrijk voor pre-boarders die geheel nieuw zijn bij Defensie en on-boarders die wegwijs gemaakt moeten worden binnen de KMar. Via korte filmpjes kunnen zij nu een beeld krijgen van wat de Staf CKMar inhoudt. Maar ook: hoe vraag je bijvoorbeeld een defensiepas aan als je nog nergens bij kunt?

De basis staat dus en nu moeten we naar een balans van plaats- en tijdonafhankelijk werken. Ik hoef niet terug naar 5 dagen op kantoor, maar 2 of 3 wel graag. Dan komt ook terloopse, niet-essentiële informatie die nu is weggevallen weer terug. Die is juist zo belangrijk voor het persoonlijk welbevinden. Is iemand zwanger, jarig of verhuisd, enzovoort. Dat sociale deel mis ik ontzettend.”

‘Het oude “gewoon” komt in ieder geval niet meer terug’

Brigadegeneraal Marty Messerschmidt: "Ik merk dat ik thuis productiever ben, want ik wordt niet of minder gestoord." Foto’s: sergeant-1 Mike de Graaf

Brigadegeneraal Marty Messerschmidt, Chef Staf Staf CKMar, Den Haag

“In september begon ik op mijn huidige functie. Niet het makkelijkst om dat grotendeels vanuit huis te doen, maar iedereen van de staf moet het. Gelukkig kon ik de logeerkamer omvormen tot mijn kantoor. Vooral omdat mijn werk nu uit heel veel vergaderen bestaat is rustige omgeving met goed internet een pré.

Mijn verantwoordelijkheid is de staf. Ik heb het idee dat alle stafmedewerkers nu de middelen hebben om goed vanuit huis te werken. Ik merk dat ik thuis productiever ben, want ik word niet of minder gestoord. Maar doordat er niemand meer binnenwandelt, krijg je ‘en marge’ ook veel minder mee, ook de sociale dingen. Dat mis ik echt. Je bent voor contact dus afhankelijk van de digitale mogelijkheden: zowel voor vergaderingen als bijvoorbeeld kennismaking met nieuwe collega’s. Ik spar met hen over hun en mijn ideeën. Via Teams proberen we ook leuke dingen te doen, zoals vorige week een pubquiz.

Slechts heel af en toe ga ik naar het werk waar ik op 1,5 meter met collega’s kan overleggen. Dit blijft voorlopig wel zo en ik verwacht dat we ook in de toekomst niet meer elke dag op kantoor zullen zijn. Communicatiemiddelen die daarvoor nodig zijn, hebben we nu in de coronatijd geregeld. Maar het kan beter. Het oude ‘gewoon’ komt waarschijnlijk niet meer terug.”

Tekst: Arno Marchand | Foto's: Mediacentrum Defensie