Dit artikel hoort bij: Pijler (opgeheven) 08

“In een andere omgeving, dat houdt je wakker”

Tekst Patrick Regan
Foto Evert Jan Daniëls

Medici trainen crisisinzet

“Meneer, hoe gaat het?” Tijdens zijn lunch in een restaurant is een militair slachtoffer geworden van een chemische aanval. In beschermende pakken gestoken personeel van het Instituut Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR) snelt te hulp. Zomaar een scenario waarin deze bijzondere groep kán belanden. Tijdens een samenkomst vorige maand in Vught kregen ze te zien hoe je met de gevolgen van een chemische, biologische, radiologische of nucleaire aanval (CBRN) omgaat.

“De ervaring die ik in een missie opdoe, kan ik in het ziekenhuis gebruiken.”

Het lijkt bijna echt. Een chemische vloeistof brandt in de huid van de militair in het restaurant, uitgebeeld door een pop. Hij trilt en begint te kwijlen. De lucht vult zich ondertussen met een dodelijk gas. De IDR’ers maken de huid van het kunststoffen slachtoffer schoon, stabiliseren hem en brengen hem in veiligheid. Snel handelen en samenwerken, dáár komt het op aan. “This is the worst headache I’ve ever had”, kermt de fictieve patiënt, terwijl hij achter een lijn op de vloer wordt getild. Een lijn op de vloer? De hele ruimte vulde zich toch met gas? “Don’t fight the scenario”, merkt de instructeur op.

In het CBRN-centrum van Defensie kan worden geoefend met deze poppen. Een instructeur bestuurt ze van afstand en laat ze van alles doen. Van een epileptische aanval simuleren tot tegenspartelen en ‘leave me alone’ schreeuwen.

“Zo’n buitenlandse trip stelt je vaardigheden op de proef.”

Samenkomst

2 keer per jaar komen de specialisten van het IDR, ongeveer 270 man, bijeen. Bij deze bijeenkomst geven er 120 acte de présence. Dat niet iedereen kan, is logisch. Het werk in het ziekenhuis gaat immers gewoon door. Hoofddoel van de samenkomst: de onderlinge saamhorigheid verder verhogen. Om het programma een realistisch tintje te geven, wordt de dag in het Nationaal Trainingscentrum CBRN op de Van Brederodekazerne in Vught gehouden. Medici ondergaan hier een opleiding voor crisissituaties, speciale eenheden leren werken onder de dreiging van aanvallen met chemische, biologische, radiologische of nucleaire middelen. De trainingsmogelijkheden in het nieuwe centrum lijken onbegrensd. Het ene moment wanen de medici zich in een restaurant, even later staan ze in een metrostation waar zojuist een radiologische bom ontploft is.

Het 1ste programmapunt is een kort seminar over chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanvallen. In verschillende scenario’s krijgen de IDR’ers te zien hoe je de gevolgen daarvan te lijf gaat. De militair in het restaurant is daar een voorbeeld van.

Dit slachtoffer van een radiologische aanval zou zomaar besmet kunnen zijn. De hulpverleners moeten hun instinct om direct te hulp te schieten daarom onderdrukken. Voorzichtigheid en kalm handelen zijn cruciaal om niet zelf radiologisch besmet te worden.

Hoe is het om als (burger)medicus op militaire missie te gaan en je eigen, vertrouwde ziekenhuis te verwisselen voor een vreemde omgeving? 3 deelnemers van de IDR-dag aan het woord:

Kees Jan Ponsen, traumachirurg in het Medisch Centrum Alkmaar

“Na de aardbeving in Haïti ben ik daar in 2010 als hulpverlener naartoe gegaan. Ik heb mijn steentje kunnen bijdragen, maar het inspireerde me vooral om verder te gaan in dit werk. Ik daag mezelf uit om zorg te leveren in een andere omgeving.”

“Ik kwam bij Defensie terecht omdat mijn ziekenhuis is aangesloten bij het IDR. In 2013 ben ik in Afghanistan geweest en afgelopen voorjaar met Defensie in Kaapstad voor een uitwisseling. Zo’n buitenlandse trip stelt je vaardigheden op de proef. Behalve dat je op een andere locatie bent, zijn sommige ‘gereedschappen’ gewoon niet voor handen. Dan moet je het dus anders oplossen. Dat duwt je creativiteit tot de limiet.”

1ste luitenant Femke van der Horst, verpleegkundige op de spoedeisende hulp

“Ik begon als burgerverpleegkundige, maar kwam er al snel achter dat ik iets buiten de muren van een gewoon ziekenhuis wilde doen. Defensie is precies wat ik zocht, maar wel als beroepsmilitair. Ik dacht: ‘als ik iets ga doen, wil ik alles eruit halen wat erin zit’. In de afgelopen 7 jaar ben ik 4 keer op uitzending geweest.”

“De ervaring die ik in een missie opdoe, kan ik in het ziekenhuis gebruiken. Andersom is dat ook het geval. Soms heb je bijvoorbeeld niet al het materiaal dat je moet hebben. In Kamp Holland in Uruzgan hebben we kinderen geopereerd die op een Improvised Explosive Device (IED) waren gelopen. Ons medisch ‘gereedschap’ was echter niet op kleine lichamen berekend. Dus moesten we dat op één of andere manier inkorten.” “Mijn eerste uitzending, naar Uruzgan, is me het meest bijgebleven. Op 6 april 2009 werden raketten op het kamp geschoten, met veel zwaargewonden tot gevolg. Ineens liggen er dan mensen die je dagelijks ziet, voor je op de operatietafel. Zelfs al ken je ze niet, je hebt hetzelfde uniform aan. Dat maakt het ‘eigen’. Terwijl je bezig bent, doe je gewoon je werk. De emotie komt daarna pas. Gelukkig heb ik het een plekje kunnen geven.”

Emiel Caris, anesthesioloog in het Maasstad Ziekenhuis

“Ik denk altijd: zo nu en dan moet je even in een andere omgeving zijn, dat houdt je wakker. Toen ik hoorde dat ik bij Defensie aan het werk zou kunnen als reservist, leek me dat wel wat. Even in een andere keuken kijken.”

“Het was niet lang, maar ik kom net terug van 6 weken Afghanistan, mijn eerste uitzending. In Mazar-e-Sharif heb ik eigenlijk niet zo heel veel gedaan. Daardoor voelde ik me een beetje nutteloos. Aan de ene kant is dat jammer, toch ben ik als het ware blij dat ik niet nodig ben geweest. Ik heb veel geoefend en veel bijgeleerd. Dat kan ik straks in mijn dagelijkse werk weer toepassen.”