Tekst Jack Oosthoek
Foto archief Martien Joosten | Foto boven: Martien Joosten ging als amv’er vaak mee op patrouille in de Malinese woestijn.

Verpleegkundige behandelt in Mali eerste échte slachtoffer

opuitzending
Martien Joosten wil best naar Mali terug. “Daar gebeuren de dingen waarvoor ik ben opgeleid.”

Deze rubriek gaat over een militair of burger van het Commando DienstenCentra die naar het buitenland is of was uitgezonden, of daarvoor op de nominatie staat. Deze maand het verhaal van marine-sergeant Martien Joosten, in Mali algemeen militair verpleegkundige (amv’er) bij het Forward Medical Team op kamp Castor. Hij komt weinig in actie, maar maakt toch veel mee.     

Aangezien een militair konvooi nóóit zonder verpleegkundige de poort uitgaat, doet Joosten in Mali naast zijn werk op het kamp mee met woestijnpatrouilles. Tijdens één ervan krijgt hij de schrik van zijn leven: de Bushmaster waarin hij zit rijdt op een mijn. Aangezien het voertuig ontworpen is om de klap van een ontploffing op te vangen, brengen Joosten en zijn collega’s het er zonder kleerscheuren af.     

Op zijn nieuwe werkplek in Nederland, de Marine Combat Group in de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn, blikt de Brabander terug. “Ik schrok nauwelijks van de klap. Het ging ook allemaal zo vlug; je beseft nauwelijks wat er gebeurt. Dat komt pas na een minuut of zo. Het eerste dat ik me afvroeg was of er gewonden waren. Nee, de Bushmaster is zoals gezegd bestand tegen mijnen. De eerste dagen na het ongeval was ik wel wat gespannen. Bij een onverwachte klap, bijvoorbeeld een deur die dicht ging, schrok ik. Ik realiseerde me dat ik enorm veel geluk heb gehad. Rijd je met een Mercedes Benz-terreinwagen op een mijn, dan loopt het veel slechter met je af...”  

Martien Joosten was in Mali van alle marken thuis. Op deze foto sjouwt hij met een sleepkabel, nodig om met een Bushmaster een in het zand vastgelopen voertuig los te trekken.

“Ik schrok nauwelijks van de klap. Het ging allemaal ook zo vlug”

Eerste slachtoffer

Later is er voor Joosten, die vier maanden in Mali bivakkeert, wel werk aan de winkel. Samen met een medical team is hij in de woestijn wanneer hij een knal hoort. Een militair heeft zichzelf tijdens een patrouille per ongeluk door een bovenbeen geschoten. Joosten snelt toe en behandelt het slachtoffer, zijn eerste als amv’er. “De kogel was dwars door zijn been heengegaan”, vertelt hij. “Ik inspecteerde de wond en zag dat de bloeding niet dodelijk was. Ik verbond het slachtoffer, legde hem uit wat ik deed en gaf hem morfine tegen de pijn en antibiotica tegen infecties. De aangevraagde aero medivac arriveerde snel. Het was allemaal best spannend. Maar de behandeling van het slachtoffer en de medische procedures verliepen goed. Mijn opleiding heeft duidelijk veel nut gehad.”

Joosten maakt nog een ongeluk mee, maar hoeft daarbij niet in actie te komen, omdat de dokter van het medical team en een andere amv’er dat al doen. Een man zit klem tussen een vrachtwagen en een muur en verkeert psychisch in een shock. Ook lijdt hij veel pijn. Joosten kijkt toe hoe de arts hem onderzoekt en luistert scherp naar de vragen die hij stelt. “Ook dat was heel leerzaam.”     

“Ik realiseerde me ook dat ik enorm veel geluk heb gehad”

Ervaring rijker

Interessant vindt Joosten het ook om in Mali samen te werken met personeel van andere ‘bloedgroepen’ van de krijgsmacht, zoals het Commando Landstrijdkrachten. De cultuurverschillen die daarbij zoals in elke missie naar voren komen, laten hem koud. “Je hebt elkaar immers nodig”, redeneert hij. “Toegegeven, mijn hart ligt bij de marine. Maar dat ‘paars’ werken bevalt me wel. Bovendien hebben alle verpleegkundigen van Defensie een band met elkaar omdat ze dezelfde opleiding hebben gevolgd. Eigenlijk doet de kleur van je pak er weinig toe. Alle amv’ers hebben ook hetzelfde doel voor ogen: patiënten helpen. Ik zou best naar Mali terug willen. Daar gebeuren de dingen waarvoor ik ben opgeleid. Je behandelt er échte slachtoffers. Ik heb mijn kennis in Mali uitgebreid en ben een ervaring rijker geworden.”     

Een Nederlandse Chinook-helikopter tijdens een medische evacuatie in de woestijn van Mali.

“Opleiding ‘breder’ dan in civiel ziekenhuis”

Voordat Martien Joosten in 2009 in dienst komt, is hij verpleegkundige in het ziekenhuis waar hij is opgeleid, het Sint Anna Ziekenhuis in Geldrop. Als hij daar opnieuw een opleiding wil volgen, maar dit om programmatische reden even niet kan, kiest hij voor ‘het leger’. Daar verwacht hij wel te kunnen doorleren, wat blijkt te kloppen. “Bij Defensie”, weet Joosten ondertussen, “is een amv’er méér dan een verpleegkundige. Hij draagt verantwoordelijkheid en neemt - na overleg - vaak zijn eigen beslissingen. In een burgerziekenhuis daarentegen kijkt een dokter altijd over je schouder mee, wat overigens prettig voelt. Bij Defensie gebeurt dat minder, maar ik voel me daar zonder arts aan mijn zijde ook altijd veilig. Dat komt omdat de medische opleiding ‘breder’ is dan in een civiel ziekenhuis.”

“Ik heb mijn kennis in Mali uitgebreid en ben een ervaring rijker geworden”

Wat voor werk doet een amv’er?

Een algemeen verpleegkundige is van veel markten thuis. In het geval van Joosten waakt hij in Mali over de gezondheid van de Nederlanders op kamp Castor, brengt gewonden naar het ‘streekziekenhuis’, het Role 2 hospitaal van de Fransen en behandelt aan de hand van het protocol personeel met ‘huisartsklachten’ als een ingegroeide teennagel of een griepje. Verder zorgt hij er onder meer voor dat verband, medicijnen en zuurstofapparatuur klaar liggen en regelt de opslag ervan in speciale containers. Ook gaat Joosten zoals gezegd mee op woestijnpatrouilles.