Tekst Jack Oosthoek
Foto Paul Tolenaar

Buitenlandplaatsing kans om je leven te ‘verbreden’

De themadagen van het DCIOD waren in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

In het buitenland werken. Klinkt aanlokkelijk, maar is het dat ook? Het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DCIOD), steun en toeverlaat voor personeel in de buitengebieden, belegde begin oktober zijn jaarlijkse themadagen in Amsterdam. Mooie kans om met (vier) militairen over hun ervaringen in den vreemde te praten. De alles is anders show. 

“Ze mogen me alles vragen, zolang het maar reëel is”

Adjudant Humphrey Broos van het Nederlandse National Support Element (NSE) op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel is dé vraagbaak voor de Nederlandse expats in de Belgische hoofdstad. Woningen, declaraties, de supermarkt, sportmogelijkheden: hij wijst ze de weg. “Ze mogen me alles vragen, zolang het maar reëel is. Daar komt een brok hostmanship bij kijken, wat me wel ligt. Ik ben graag gastvrij.”

Broos vindt het uitdagend om op een internationale ‘stoel’ te zitten. Een in het buitenland geplaatste militair vertegenwoordigt toch maar even de Nederlandse Defensieorganisatie, redeneert hij. Bovendien ligt de lat in het werk hoog, misschien wel hoger dan in Nederland. “Er wordt veel van je verwacht.”

Ook als mens ervaart hij Brussel als een verrijking. “Mijn Engels bijvoorbeeld is met sprongen vooruitgegaan, omdat ik dat elke dag op het hoofdkwartier spreek. Ondanks dat mijn gezin in Nederland is achtergebleven, zit ik in België goed in mijn vel. Belgen, dat is een apart slag mensen met een leuke cultuur. Ze zijn heel gezellig. Dat ik mijn loopbaan hier mag afsluiten beschouw ik als een cadeau.”

“Accepteer hoe alles loopt”

Op deze luchtmachtbasis bij Bologna staat de marinevrouw de Nederlanders en hun gezinnen, zestien in totaal, met raad en daad ter zijde. Post verzorgen, contact onderhouden met huisbazen, woningen regelen: door een eerdere buitenlandplaatsing (Norfolk, VS) kent ze het klappen van de zweep. “In een internationale omgeving steek je zowel zakelijk als privé veel op en leer je met cultuurverschillen om te gaan”, maakt ze de balans op. “In Italië is het moeilijk om een zakelijke afspraak te maken. Had ik met iemand afgesproken en zat hij in Rome… Italianen zijn niet zo stipt als Nederlanders. Maar daarover boos worden heeft geen zin. Accepteer hoe alles loopt. Italianen zijn wel weer heel vriendelijk, vriendelijker dan Nederlanders.”

Noteboom had haar plaatsing in Italië voor geen goud willen missen. “Met al die mooie bouwwerken en musea woon je als het ware in een museum. Ravenna, de kust bij Amalfi, mijn woonplaats Ferrara, een stad uit de Middeleeuwen: het is overal zo mooi. Of ik Italiaans spreek? Niet goed, maar ik versta het wel.”

De sergeant heeft nog wat adviezen voor militairen die in de toekomst mogelijk in het buitenland worden geplaatst. Verwacht niet teveel, kijk nergens van op. Niets is vergelijkbaar met Nederland. “Ik ben nog flexibeler geworden.”

“Je moet niet naar het buitenland willen om ‘rijk’ te worden”

Al zes jaar bivakkeert Roos bij de Nederlandse NSE op Sint Maarten. Hij begon als opsporingsambtenaar, nu werkt hij bij het NSE. Volgens hem is St. Maarten een relaxed eiland. “De zon schijnt hier elke dag, ook voor mijn vrouw en mij”, stelt de opper van de Marechaussee wiens taak het is om nieuwkomers namens het DCIOD te begeleiden. Uit eigen ervaring weet hij hoe belangrijk dat is. “Als je hier voor het eerst komt weet je niets. Terwijl het op Sint Maarten door het lage levenstempo en de bureaucratie toch al moeilijk is om zelf wat geregeld te krijgen. Het kost veel tijd om je leven in te richten. Loopt iets niet volgens je planning, begin dan niet te zuchten of te steunen, niemand gaat voor jou harder lopen. Mijn advies: go with the flow. Het is overigens dankbaar werk om nieuwkomers te helpen.”

In financieel opzicht is het op Sint Maarten ook een ander verhaal, weet Roos. Aangezien alle goederen en producten geïmporteerd moeten worden, is het dagelijks leven prijzig. Om het verschil met Nederland te compenseren, ontvangen alle Nederlanders een toelage. “Daardoor is het voor mijn vrouw en mij financieel te doen, wat trouwens ook voor gezinnen met kinderen geldt. Maar je moet ook niet naar het buitenland willen om ‘rijk’ te worden. Een buitenlandplaatsing is een kans om je leven te ‘verbreden’.”

“Mijn advies: laat je aangenaam verrassen”

“Mooi om hier aan de toekomst van de luchtmacht, de F-35, mee te werken. Dit is een ideale plaatsing, ook voor je CV.” De bij het lokale National Support Element gestationeerde De Rooij laat er geen twijfel over bestaan. Als militair in de Verenigde Staten werken, dat is een hele beleving.


Als hij iets aantrekkelijk vindt, dan is het wel ‘de enorme vrijheid’ die hij in de VS ervaart in zijn vrijetijd besteding met zijn gezin. Het land is zo divers; telt zoveel bezienswaardigheden. De Rooij: “Er is een gepaste afstand tussen de bevolking onderling. Buren bellen niet snel bij elkaar aan. Gesprekken vinden op straat plaats. Vrijheid op het werk is er zeker ook, uiteraard binnen de grenzen. Wat gedaan moet worden, wordt gedaan en als het kan iets meer. De discipline is in dat opzicht groot. Groot zijn ook de verschillen tussen rangen en standen. Amerikanen lopen niet zomaar bij hun meerdere binnen. Nederlanders kunnen dat gelukkig wel.”

Volgens de Rooij kun je alles dat je in het land van de onbegrensde mogelijkheden meemaakt het beste met een open mind ondergaan. “Je zou het niet verwachten, maar in Amerika lopen veel zaken minder gestructureerd dan in Nederland. Accepteer dit, anders kom je jezelf tegen. Mijn advies: laat je aangenaam verrassen.”

“Als ik de Dom niet zie, word ik zenuwachtig”

‘Onze man’ in Utrecht. Dat is Alex van Ginkel voor het personeel dat onder de vlag van het DCIOD in het buitenland werkt. In het frontoffice op de Kromhoutkazerne behandelt hij samen met twee collega’s de telefonische en ‘digitale’ vragen die binnenkomen uit één van de 47 landen waar Nederlands Defensiepersoneel werkt. Zo nodig schakelt hij deskundigen in. Meestal gaan de mails of telefoontjes over een verhuizing, financiën, kinderopvang, belastingen, (zorg)verzekeringen. “Soms”, vertelt Van Ginkel, “krijg ik heftige telefoontje, bijvoorbeeld als er bij iemand thuis iets fout loopt. Dat maakt deze baan behalve veelzijdig ook hectisch. Het leukste is om een compliment te krijgen van iemand die je hebt kunnen helpen. Soms moet ik ook nee verkopen, bijvoorbeeld als mensen iets willen waar ze geen recht op hebben. Dan laten we simpel de feiten spreken.” Hoe interessant de verhalen soms ook zijn, Van Ginkel zelf heeft geen belangstelling voor een buitenlandplaatsing. “Als ik de Dom van Utrecht niet zie, word ik zenuwachtig.” 

Schotman nieuwe chef DCIOD

Het DCIOD heeft een nieuwe commandant. Tijdens de themadagen droeg luitenant-kolonel Theo Plijner (op de foto links) zijn taken over aan ranggenoot Frank Schotman, eveneens van de Koninklijke Marechaussee. Plijner is aan de slag gegaan bij de afdeling Internationale Militaire Samenwerking (IMS) van de Defensiestaf in Den Haag. Medio 2016 wordt hij adjunct-Defensieattaché in Wenen. Voordat Schotman (rechts) bij het DCIOD aantrad, was hij hoofd Sectie P&O van het District Noordoost Nederland van de Koninklijke Marechaussee.

Het personeel van het DCIOD met op de achtergrond de replica van het VOC schip Amsterdam dat bij het Scheepvaartmuseum ligt afgemeerd.