Tekst Ingmar Kooman
Foto Archief Mediacentrum Defensie

10 jaar Nederlandse Defensie Academie

Tien jaar. Wat is dat nou in het perspectief van de geschiedenis van de Nederlandse krijgsmacht? Toch is het tweede lustrum van de Nederlandse Defensie Academie wel degelijk van betekenis. Een decennium lang geeft de NLDA vorm aan de breed georiënteerde krijgsmacht van vandaag de dag. Vanaf de aankomend pelotonscommandant tot aan de door de wol geverfde aspirant-generaal. Een krijgsmacht die bovendien met haar kennis en kunde middenin de maatschappij staat.

"Een leven lang leren, dat is het uitgangspunt"

Vissticks, pleunen, blauwe Khmer en kluchtmachters. De bijnamen sterven niet uit, maar de vooroordelen vervagen wel degelijk. Niet alleen zitten cadetten en adelborsten zij aan zij in de collegebanken, ook later in hun carrière werken en studeren officieren samen. We kunnen het ons eigenlijk amper anders meer voorstellen.

Noem het ‘paars’. Noem het ‘joint’. Feit is dat de (aanstaand) leidinggevenden van landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee allang niet meer met oogkleppen op worden geschoold. Ze verstaan hun eigen vak, maar weten ook wat bij de andere krijgsmachtdelen te koop is. In hun studie, maar ook in hun operationele praktijk.

Luitenant-generaal b.d. Dirk Starink: "Kennis delen vergroot het draagvlak voor Defensie."

Weerstand

Achteraf lijkt het logisch: 3 opleidingsinstituten, 2 faculteiten met 2 decanen. Toch duurde het nog een kleine 7 jaar voordat KMA, KIM en het Instituut Defensie Leergangen in 2005 samengingen in de Nederlandse Defensie Academie, vertelt kolonel b.d. Stan Wulffaert, oud-chef-staf van de KMA. “De partijen draaiden lang om elkaar heen. Het IDL was net ontstaan uit de 3 hogere krijgsscholen van marine, land- en luchtmacht en voelde weinig voor weer een nieuwe reorganisatie.”

Het KIM vreesde haar wetenschappelijke faculteit kwijt te raken, schetst de oud-luchtmachter Wulffaert. “De KMA was immers groter, lag gunstiger en was met opleidingen voor zowel land- als luchtmacht breder georiënteerd. Pas onder politieke druk gingen ‘Breda’ en ‘Den Helder’ écht met elkaar in zee.” Ook het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en de Leergang Topmanagement Defensie ‘monsterde’ op de nieuwe NLDA aan.

De voordelen van die ene noemer: minder overhead en een eenvoudige uitwisseling van instructeurs en docenten. Kortom: een efficiency-slag. Maar ook met het achterliggende doel om de basis-officiersopleidingen dichter bij elkaar te brengen. “Zo bouwden we aan een gemeenschappelijke cultuur voor alle officieren”, vertelt luitenant-generaal b.d. Dirk Starink, oud-Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten. Tegenwoordig is hij nauw bij de NLDA betrokken als voorzitter van de Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA. “Paars werken is nu gefundenes Fressen. Men weet niet beter. Maar destijds riep die verandering weerstand op.”

"Onderzoek was lang een stiefkindje"

Paarse proefballonnetjes

Het ‘paars’ denken ging in de beginjaren behoorlijk ver, schetst Wulffaert. “Moesten bijvoorbeeld de klassen voor de AMO, de algemene militaire opleiding, niet geïntegreerd worden? Zou er niet 1 uniform moeten komen voor cadetten en adelborsten?”

Paarse proefballonnetjes, bleek achteraf. De eigen identiteit van de krijgsmachtdelen won het van het schrijftafelideaal van de ‘paarse’ officier. Wel is de NLDA-opgeleide officier zich goed bewust van de capaciteiten van de andere krijgsmachtdelen. Iets dat in het optreden van vandaag de dag van groot belang is, vindt Starink. “Het is belangrijk dat je over de schotten van je eigen krijgsmachtdeel kijkt. In de operaties van nu treden we immers niet op als afzonderlijke luchtmacht en landmacht, maar als nationaal detachement. Door paars op te leiden, bereiden we aankomend officieren beter voor op toekomstige inzetten.”

Academisch strijdtoneel

Als NLDA betrad de krijgsmacht in 2005 een nieuw strijdtoneel: de academische wereld. Geen strijd om grondgebied of luchtdominantie, maar met de hearts & minds als inzet. Concreet: accreditatie (erkenning van bekwaamheid of deskundigheid door een onafhankelijke partij; red.) van haar wetenschappelijke officiersopleidingen en het wetenschappelijk onderzoek aan de faculteit. Starink legt uit waarom die erkenning zo belangrijk is. “We stellen hoge eisen aan onze officieren. Ze moeten vaak optreden in complexe situaties. Dan moeten ze ook wetenschappelijk goed beslagen ten ijs komen.”

Een lange weg van zogeheten onderwijsvisitaties (bezoeken; red.) resulteerde in 2012 in 3 civiel erkende opleidingen op bachelor-niveau (zie kader). “Via de ‘lang model’ officiersopleidingen leiden we onze mensen op tot een wetenschappelijk niveau: een officiersdiploma én een bachelor-graad”, vertelt Starink. “Een leven lang leren, dat is het uitgangspunt in onderwijsland. Dus ook aan de NLDA. Onze bachelors leggen de basis voor een verdere wetenschappelijke vorming van onze officieren later in hun carrière, bij het IDL of zelfs de Leergang Topmanagement Defensie.”

In 2012 werd ook de eerste NLDA-master geaccrediteerd: Military Strategic Studies. “Een opleiding die ook open staat voor studenten van buiten”, benadrukt Starink. “Door onze kennis te delen, vergroten we ook het maatschappelijk draagvlak voor Defensie. Daar hopen we in de toekomst ook een maritiem-technische master aan toe te voegen, al staat die ambitie voorlopig in de ijskast. De bezuinigingen onder minister Hans Hillen hebben ook de NLDA flink geraakt. We zitten organisatorisch op een minimum. We hebben hard moeten snijden in de wetenschappelijke staf.”

"Officieren moeten wetenschappelijk goed beslagen ten ijs komen"

Leerstoelen

Volgens Starink is onderzoek lang een stiefkindje geweest binnen de NLDA. “Er werd maar weinig gepubliceerd. Het accent lag vooral op onderwijs”, legt hij uit. “Maar wetenschappelijk onderwijs gaat hand in hand met wetenschappelijk onderzoek. De laatste jaren zien we dat ook terug in artikelen, boeken en proefschriften. Dat zijn onze belangrijkste bijdragen aan de vergroting van de collectieve wetenschappelijke kennis.”

Het recht om ook in eigen huis promovendi te ‘kweken’ staat ook op het verlanglijstje van de faculteit. “Het promotierecht is één van de doelen waar we naar streven”, bevestigt de oud-generaal. “Ook dat gaat gepaard met een lang proces van visitaties.” 

Daarnaast heeft de NLDA inmiddels 14 deeltijd hoogleraren in haar gelederen. Professoren die zowel verbonden zijn aan de NLDA als een civiele leerstoel bekleden aan een universiteit. De NLDA verrijkt het wetenschappelijke landschap met ‘klassieke’ militaire leerstoelen als militair recht en internationale veiligheidsstudies. En unieke eigentijdse leerstoelen als cyberoperaties. Starink: “Een typisch voorbeeld van een militair vakgebied waar in de civiele wereld grote vraag naar is.” 

Dubbel en dwars

Starink deelt ook een zorg. “Ik hoop dat de krijgsmachtdelen de ruimte voor officieren met een wetenschappelijke opleiding behouden. Ik zie een tendens naar meer korte en specialistische opleidingen. Een jaartje KMA of KIM: dat voorziet op korte termijn in een behoefte. Maar ik geloof dat investeren in een brede opleiding van je officieren zich uiteindelijk dubbel en dwars uitbetaalt.”

Waaruit bestaat de Nederlandse Defensie Academie? 

·      Koninklijke Militaire Academie

·      Koninklijk Instituut voor de Marine

·      Instituut Defensie Leergangen

·      Leergang Topmanagement Defensie

·      Nederlands Instituut voor Militaire Historie

·      Faculteit Militaire Wetenschappen

·      ExpertiseCentrum Leiderschap Defensie

·      TalenCentrum Defensie

De bacheloropleidingen van de NLDA: 

·      Krijgswetenschappen
·      Militaire bedrijfswetenschappen
·      Militaire systemen en technologie 

Torenhoog bezoek voor jarige NLDA


De jarige NLDA heeft bezoek gehad van minister-president Mark Rutte. Op de KMA in Breda woonde hij op 12 oktober een bullenparade bij, de bijnaam voor de uitreiking van het officiersdiploma aan cadetten. Dit keer betrof het 160 studenten van landmacht, luchtmacht en marechaussee. Met de bullenparade rondden zij hun opleiding aan de Nederlandse Defensie Academie af.

De premier citeerde voorafgaand aan de parade de Amerikaanse generaal Dwight Eisenhower. De NAVO-opperbevelhebber en latere president bezocht de KMA in 1952. “‘If I could only say one thing I believe about leadership, it would be this: leadership is simply finding your way to the hearts of men.’ Dat leiderschap wordt vanaf vandaag ook van u verwacht. Het goede nieuws is: een betere basis had u niet kunnen krijgen.”