Dit artikel hoort bij: Pijler (opgeheven) 06

Zoektocht naar de perfecte kogel

Tekst André Twigt
Foto John van Helvert

Hoogleraar Frans Absil helpt droom marinier waarmaken

Gelauwerd sportschutter eerste luitenant der mariniers Pieter Buitendijk had een wens. Een wens zo speciaal dat hij een beroep deed op de expertise van de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie in Den Helder. Hij wilde namelijk met grote nauwkeurigheid een kaliber 7.62 mm geweerpatroon 2 keer verder laten schieten dan effectief mogelijk is. Hoogleraar sensor-, wapen- en commandosystemen aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) Frans Absil verdiepte zich in de materie en met resultaat.  

Even kennismaken: professor doctor ingenieur Absil. Begenadigd jazzarrangeur en afgestudeerd in de luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. Na het behalen van het diploma vliegtuigbouwkundig ingenieur met lof gepromoveerd in de stromingsleer aan de Technische Universiteit Delft. Kan iemand Pieter helpen, dan is het Frans Absil. Door zijn achtergrond weet de bolleboos meer van vliegtuigen dan van kleinkaliberprojectielen, maar dat maakt niet uit. Verlaat een geweerkogel de loop met ongeveer Mach 2.8, die snelheid komt ook in de militaire luchtvaart voor. Qua vlucht zijn er veel overeenkomsten.                       

Erkenningshouder

Op het KIM praatte schutter Pieter gepassioneerd over zijn zoektocht om de effectiviteit van een 7.62 mm projectiel minstens tweemaal te vergroten. Van dat streven was Frans onder de indruk. “Ik raakte gefascineerd dat Pieter met zoveel professionaliteit moeite deed zoiets van de grond te krijgen.” De zeesoldaat nam foto’s, tekeningen en enkele prototypen mee. Kogels die hij bij een erkenningshouder liet draaien en vervolgens testte op een lange afstandsschietbaan in Frankrijk. De resultaten vielen niet tegen: toch wilde hij zeker zijn dat hij betrouwbaar raak schoot.  

Teleurstelling

Om verder te komen, worstelde Pieter – pelotonscommandant bij 2 Mariniersbataljon – zich eerst door stapels ‘moeilijke’ boeken over uitwendige ballistiek. Ook elimineerde hij zijn Remington 700 geweer en zijn schiethouding als factoren van invloed. Dat was voordat ‘ie ook maar aan kogels vervaardigen dacht. Waren zijn eerste producten niet naar wens, toch beleefde hij lol aan het verschieten ervan. “Ik vond het een sensatie. Dat mijn wapen heel bleef, er geen gekke dingen gebeurden… Daarna was mijn drive over afstanden verder dan duizend meter te schieten nog groter."

Spitser

Frans bekeek de tekeningen, de foto’s en de kogels. Hij concludeerde al snel dat de neus leek op die van een artilleriegranaat. Dat bleek te kloppen. Pieter had met behulp van Catscan het silhouet van zo’n projectiel verkleind tot het formaat van een kogel. “Qua ballistisch gedrag ‘werkt’ deze vorm voor een granaat”, aldus Frans. “Maar bij  een veel kleiner geweerprojectiel mag de neushoek niet te stomp zijn, omdat er dan een schokgolfpatroon ontstaat dat leidt tot hoge luchtweerstand en dus een slechte ballistische coëfficiënt (mate waarin een voorwerp door lucht dringt, red.). Belangrijk is ook de overgang van het cilindrische deel naar de punt, het zogenoemde ogief. Dat moet mooi glad verlopen.”                                                                                                          

Foto links: De Remington 700 in de schietbok. Met de doppler radar (rode cilinder op de voorgrond) wordt de snelheid van de 7.62 mm kogel bij het verlaten van de loop gemeten. Dit gegeven is belangrijk bij het berekenen hoe het wapen op langere afstanden presteert. Foto rechts: Scherpschutter eerste luitenant der mariniers Pieter Buitendijk beproeft in de schiettunnel een nieuw type 7.62 mm op ballistische eigenschappen.
Foto links: Met een gekoeld gelatineblok wordt het permanente inslagpatroon bekeken. Foto rechts: Een hogeresolutiefotocamera neemt op het juiste moment een foto om kort voor de inslag de stand en het schokgolfpatroon om de supersone kogel vast te leggen.

Perfect

Nadruk bij het fabricageproces lag op het afdraaien van de neus. Hoe spitser hoe beter. “Makkelijker gezegd dan gedaan”, aldus Frans: “Op een gegeven moment buigt de beitel de neus van de kogel. Dus je moet kijken tot welke minimale dikte je de draaibank kunt instellen.” Zoals verwacht waren de resultaten van de tweede batch veel beter. Ligt het effectief bereik van een 7.62 rond 900 meter, Pieters iets zwaardere, langere (dan standaard, red.) kogels bleken op 1800 meter perfect te presteren En die afstand is niet het eindpunt, zo bleek. Om de nauwkeurigheid van de patronen vast te stellen en aan vertrouwen te winnen, ging het duo naar de schiettunnel van het Departement Wapensystemen en Ballistiek van de Koninklijke Militaire School in Brussel. Hier toonde onderzoek aan dat de berekende ballistische coëfficiënt 28 procent beter is dan van gangbare 7.62-projectielen op de markt. 

Beetje eng

De resultaten deden Pieter meermaals een vreugdedansje maken. Dankzij Frans Absil kon hij zijn boekenkennis staven met de wetenschap. Daar stopt de zoektocht naar de ultieme ‘7.62’ niet. Pieter wil meer. Inmiddels staat een afstand van 2.000 meter! Geregeld bezoekt de getalenteerde EK-/WK-schutter langeafstandsschietbanen in Duitsland en Frankrijk. Hier blijft hij zijn steeds verder geperfectioneerde patronen testen. En Frans Absil? De wetenschapper kijkt terug op een mooi project. Eentje dat hem fascineerde en nader inwijdde in de wereld van de kleinkaliberwapens voor de lange afstand. “Het is allemaal apart en erg indrukwekkend. Maar hoe meer ik over wapens te weten kom, hoe meer ik tot respect en voorzichtigheid zou willen manen; het blijven gevaarlijke dingen.”