Tekst Jack Oosthoek
Foto Archief Frank Lafeber

CDC-majoor vrijwilliger in natuurreservaat Golan

opuitzending
Foto boven: Frank Lafeber bij een observatiepost tussen Israël en Syrië.

In deze rubriek komt een militair of burger van het Commando DienstenCentra aan het woord die naar het buitenland is of was uitgezonden, of daarvoor op de nominatie staat. Dit keer majoor Frank Lafeber, senior medewerker Materieel en Logistiek van de Divisie Facilitair & Logistiek. Hij is sinds maart als vrijwilliger op de Golanhoogten in het roerige Midden-Oosten geplaatst. Na Bosnië (1993), Macedonië (2000) en Soedan (2007) zijn vierde missie. 

Waarom wilde u naar specifiek deze missie?

“Ik ben nog nooit in het Midden-Oosten geweest. Het is een nieuwe uitdaging in een onbekende omgeving met een andere cultuur.”

Hoe hebt u zich voorbereid?

“Voor dit soort missies stelt Bureau Individuele Uitzendingen (BIU) een opleiding samen. Daarin komen onder meer landen- en cultuurinformatie aan bod, een opfriscursus Zelfhulp- en Kameradenhulp (ZHKH) en het gebruik van een aanvullende geneeskundige uitrusting. Heel zinvol allemaal. In de korte tijd voor mijn vertrek moest thuis ook het een en ander gebeuren. Doordat ik 2 weken eerder dan gepland wegging, kwam dat niet helemaal uit de verf. Ook op mijn werk moest ik zaken overdragen, wat door dat eerdere vertrek eveneens niet liep zoals ik in gedachten had en zou moeten.”

De mijnenvelden op de scheidslijn tussen Israël en Syrië zijn natuurreservaten geworden waarin zeldzame en schuwe dieren rondscharrelen.

“Soms vliegt een granaat of kogel over de scheidslijn waaraan wij zitten”

Wat voor werk doet u op de Golanhoogten?

“Mijn functie is liaison officier. Dit houdt in dat ik voor de Verenigde Naties het aanspreekpunt ben voor het Israëlisch leger (IDF) en omgekeerd. Een voorbeeld: wanneer de VN een route mijnenvrij wil maken, leg ik de vraag neer bij mijn tegenpool van het Israëlisch leger en begeleid de operatie.

Verder fungeer ik als brievenbus. Israël en Syrië praten namelijk alleen via de Verenigde Naties met elkaar. Zien de Israëliërs een Syrisch wapensysteem, raketten bijvoorbeeld, op zich gericht, dan geven ze dat aan mij door om de boel niet te laten escaleren. Vervolgens stuur ik de boodschap naar mijn VN-collega in de Syrische hoofdstad Damascus. Het leger van dat land heeft dan de kans om het wapensysteem bij te draaien of weg te halen.

Tot slot begeleid ik VN-militairen die het hek passeren dat de Israëliërs op de grens met Syrië hebben gebouwd. De coördinatie daarvan gaat met veel administratieve rompslomp gepaard.”

Welke gevaren kleven er aan uw missie?

“Sinds de Syriërs onderling vechten, willen ze nog weleens - al dan niet per ongeluk - richting Israel schieten. Daardoor vliegt soms een granaat of kogel over de scheidslijn waaraan wij zitten. Een poos geleden kwam een granaat in ons kamp terecht en belandde één van onze artsen zelf op de operatietafel…. Kortom, er gaat soms wat mis. Tot op heden zijn er echter nog geen tegen de VN gerichte aanvallen of andere acties geweest. Maar met Islamitische Staat (IS) in Syrië weet je het nooit.”

Wat is het interessantste dat u tot nu toe hebt meegemaakt?

“Dat de mijnenvelden die langs de scheidslijn tussen Israël en Syrië liggen, natuurreservaten zijn geworden waarin zeldzame of schuwe dieren rondlopen. Dit komt omdat daar vanzelfsprekend nooit mensen komen.”

Ierse VN-militairen maken op de berg Hermon, op de grens tussen Israël, Syrië en Libanon, een weg mijnenvrij. Met een hoogte van 2814 meter is Hermon de hoogste berg in zowel Israël als Syrië.

“Er zijn nog geen tegen de VN gerichte aanvallen of andere acties geweest”

In hoeverre kunt u de ervaringen uit uw eerdere missies op de Golanhoogten gebruiken?

“Ik put uit elke missie veel motivatie om ervoor te zorgen dat de materieel-logistieke zaken waarvoor ik normaliter bij het CDC verantwoordelijk ben, soepel lopen. Tijdens een uitzending leer je namelijk weer eens hoe belangrijk het is dat alles thuis op het werk goed geregeld is. Het is ook interessant om met andere nationaliteiten en culturen om te gaan. Je komt er achter dat Nederlanders over het algemeen ontzettend lomp en bot zijn, maar ook reuze productief en duidelijk. Buitenlanders zien Nederlanders meestal graag komen. Ik hoop een beetje beleefder en geduldiger terug te komen.”

Wanneer gaat u terug naar Nederland?

“Als het goed is keer ik eind september in mijn CDC-functie terug. Mijn collega’s hebben mijn werk er zo’n 8 maanden bij moeten doen. Sorry en dank.”

Weer aan de slag in het rustige Nederland. Dat is wennen na zo’n lange tijd in kruitvat het Midden-Oosten.

“Ach, na elke missie moet je thuis en op het werk ‘bijtrekken’. Ook leer je ons land ondanks die 100.000 regeltjes weer waarderen. Alles is zo goed geregeld.”