Tekst eerste luitenant Wouter Helders
Foto sergeant-majoor Gerben van Es

Kazerne in Hilversum spil in MH17-tragedie

Het is de tijd van vakantie, achterstallig werk wegwerken en ontspanning. Voor het personeel op de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum verliepen de ‘rustige’ zomermaanden echter anders dan verwacht. Door de ramp met Malaysia Airlines vlucht 17 (MH17) was het plots alle hens aan dek. Alle geborgen slachtoffers van de vliegramp zijn overgebracht naar de in de bossen van Hilversum verscholen kazerne.

“Ik had verwacht in de zomerperiode even rustig mijn papierwinkel op orde te kunnen brengen. Dat liep anders,” begint kapitein-ter-zee arts Astrid Coppens. Als commandant van het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO), de grootste gebruiker van de kazerne, was zij vanaf de eerste seconde nauw betrokken bij respons op de vliegtuigramp. “Vrijdag, de ochtend na de ramp, werden we informeel gepolst of we eventueel als noodmortuarium konden functioneren. Maandag kwam het bevel binnen. Twee dagen later, op woensdagavond, volgden de eerste slachtoffers.”

x
De bijna uitbundige bloemenzee buiten de poort, nog steeds dagelijks aangevuld, staat in schril contrast tot de sobere ingetogenheid van de ceremoniële ontvangst van de slachtoffers op het kazerneterrein. “Voor de slachtoffers is dit toch een voorlopige laatste rustplaats. Daar moeten we gepast mee omgaan.”

Generale repetitie

De locatie is niet voor niets gekozen. Coppens legt uit: “De politie kende onze kazerne al als back-up locatie voor het onderbrengen van extra personeel bij grote evenementen in de randstad, zoals de kroning.” Ook het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), dat de identificatie van de slachtoffers voor haar rekening neemt, ‘ontdekte’ de kazerne tijdens de voorbereiding voor de Nuclear Security Summit. Het LTFO richtte er een noodmortuarium in.

Een grote overdekte hal, ruimte voor koelcontainers, een goed te beveiligen terrein, legering en een eetzaal maken het terrein erg geschikt. “Achteraf gezien was dat een generale repetitie”, aldus Coppens, “Ze hadden de weg nu vlug gevonden.”

x
Voor kapitein-ter-zee Coppens, commandant van het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO), was' hospitality' het toverwoord tijdens de aan de ramp gerelateerde werkzaamheden. “Ik wilde de focus op praktische samenwerking leggen, niet zo zeer op regeltjes en gebruiken.”

48 uur

Toch moest er nog veel gebeuren. Coppens: “We hadden 48 uur om de komst van de slachtoffers, het LTFO en andere experts voor te bereiden.” Het inrichten van werk- en slaapplekken, voor het LTFO, 50 extra defensiemedewerkers en zo’n 200 buitenlandse Disaster Victim Identification-experts, had heel wat voeten in de aarde. Zo moesten materiaal en trainingsopstellingen van het Geneeskundig Kennis- en Trainingscentrum worden opgeruimd. Vervolgens werd de hele ruimte opnieuw ingericht met mortuariumtafels, tandartsapparatuur en de vele technische faciliteiten die je voor het identificatieproces nodig hebt. Koelcontainers werden opgesteld, het ‘werkgebied’ afgeschermd, kantoorruimtes ingericht en de kazerne kreeg (tijdelijk) een extra zendmast voor betere ontvangst. 

Lange dagen

Het was een onderneming waarbij tijdens de voorbereiding, opstart en uitvoering een zwaar beroep werd gedaan op het personeel. “Iedereen heeft lange dagen gemaakt en zware momenten gehad. Maar iedereen vond het een eer hieraan bijgedragen te hebben,” zegt Coppens die zelf ook geregeld op de werkvloer te vinden was. “Als commandant wilde ik zoveel mogelijk zien en luisteren naar wat er leefde. Ook moest ik borgen dat normale de werkzaamheden op de kazerne er niet onder lijden. Hier op het IDGO volgen militaire artsen en verpleegkundigen specialistische opleidingen als ‘Battlefield Advanced Trauma Life Support’, en worden onze combattanten opgeleid voor geneeskundige neventaken zoals ‘Medic’. Dat moet gewoon doorgaan.”

x

Gevaarlijke stoffen

Terwijl aan de ene kant van het complex artsen en verpleegkundigen hun militair-specialistische opleiding voltooien, werken aan ander kant experts van het LTFO met de stoffelijke overschotten om aan de hand van DNA, vingerafdrukken, gebitsgegevens en zaken als tatoeages en andere lichaamskenmerken, slachtoffers te identificeren. Ook Defensie speelt hierin een rol. Zo helpen vier speciaal opgeleide defensietandartsen bij de identificatie. Ook spelen militairen een rol in de logistiek en de beveiliging, in de draagploegen, in het mortuarium en als CBRN-specialisten. “Zij scannen de lichamen op gevaarlijke stoffen”, licht Coppens toe, “en meten bijvoorbeeld de concentratie van formaline, de stof die bij het conserveren van stoffelijk overschotten wordt gebruikt.” 

Dichtbij

Het werken met stoffelijke resten kan er emotioneel hard inhakken. Coppens: “Er wordt onderling veel gepraat, maar er is ook veel steun geweest vanuit de Geestelijke Verzorging, die extra beschikbaar was. Zelf heb ik me ook erg gesteund gevoeld door mijn collega’s en de geweldige onderlinge samenwerking, zowel binnen Defensie als met het LTFO en de vele buitenlandse experts.” Toch heeft de ramp, één van de grootste uit de recente vaderlandse geschiedenis, wel degelijk een grote impact. Coppens: “Met 196 Nederlandse doden kent bijna iedereen in Nederland via via wel iemand die is omgekomen. Ook bij ons kwam het dichtbij. Eén van onze eigen medewerkers is familie verloren en leerlingen verloren een collega.” 

Leiderschap

Ook op Coppens zelf maakte het veel indruk om te zien hoe de koelcontainers langzaam vol raakten met lichamen. “Dat maakte het allemaal wel erg tastbaar.” Tegelijkertijd was het voor haar als commandant ook een gelegenheid er voor haar mensen te zijn. “Wat me opviel is dat een nationale inzet als deze even heftig kan zijn als buitenlandse inzet. Toch waren aanvankelijk niet alle randvoorwaarden geregeld. Denk aan simpele dingen zoals kilometervergoedingen. Mensen die hard willen werken, kunnen daar gefrustreerd van raken. Ik ben blij dat we dat door het verduidelijken van vragen, het wegnemen van drempels en allerlei hick-ups in de communicatie uiteindelijk alles goed hebben kunnen regelen.”

x