Tekst kapitein Jaap Wolting
Foto sergeant-majoor Dave de Vaal

Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie als eerste in Oekraïne

Ruim voordat de Nederlandse missie in de Oekraïne kon beginnen met het zoeken naar de stoffelijke resten van de slachtoffers van de ramp met de MH17, waren er al veel militaire vliegtuigen op Charkov International Airport geland. In één van de machines personeel van Movement Control, een onderdeel van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO).

x
Een Nederlands voertuig rijdt vanuit de Australische C17 naar de ‘Nederlandse’ loods op het vliegveld van Charkov.

“Eigenlijk was ik een andere klus aan het voorbereiden”

Zoals wel vaker, waren de ‘movecon’ers’ als één van de eersten in het operatiegebied. Voordat de eerste zoekactie eind juli begon, sprak de Pijler met sergeant-majoor Marvin Murk. Hij landde op 24 juli in Charkov. Sergeant-majoor Peter van Alstede werkte er toen al dagen in zijn eentje. “Eigenlijk was ik een andere klus aan het voorbereiden”, vertelt Murk, nadat hij de telefoon in zijn kantoortje neerlegt. “Daar werd ik van afgehaald om naar Charkov te gaan. Op woensdag vroeg onze planner of ik de volgende dag kon vertrekken. Toen ik vroeg hoe lang ik in de Oekraïne zou blijven, was het van: ‘neem maar wat ondergoed mee en ga morgen naar Eindhoven.’ Peter van Alstede was reuze blij dat ik hem kwam ondersteunen. Hij was vanaf zondag in zijn eentje bezig, sliep elke nacht maximaal twee uur. Ja, vooral in het begin was het echt heel erg hectisch.”

x
Sergeant-majoor Marvin Murk in gesprek met een Oekraïense luchthavenmedewerker.

Veel vragen

Murk’s telefoon rinkelt opnieuw. “Sorry, deze moet ik écht even aanpakken. Oh, die spullen die terug moeten naar Nederland? Ja, zet ze maar in een hoek van de loods, dat komt goed.” Murk hangt op, neemt een slok koffie en vervolgt zijn verhaal: “Waar was ik gebleven? Oh ja, om half twee ‘s middags landde ik met de Australische C17 op Charkov en kon meteen aan het werk op het vliegveld. Ik trok direct mijn gele hesje aan en haalde door tot de volgende ochtend. Er landden veel kisten en omdat veel mensen ‘last minute’ waren opgetrommeld, kwamen ze soms met veel vragen binnen. Wij zorgden zo snel mogelijk voor een goede werkstructuur. In het begin hadden we bijvoorbeeld geen loods waar we spullen als water, noodrantsoenen en tenten in kwijt konden. Die kwam er later wel, maar we moesten de ramen toen nog afplakken. We zagen namelijk wel eens mensen naar binnen kijken. We hielden het dus schemerig binnen, totdat de ramen waren afgeplakt.”

x
Sergeant-majoor Marvin Murk (rechts) bespreekt samen met zijn collega sergeant-majoor Peter van Alstede hoe ze de loods gaan indelen.
x
Sergeant-majoor Peter van Alstede (links), bekijkt een zojuist binnengekomen lading.

Materieelstroom

In de eerste week na de ramp (week 30) zag Murk vooral de Australische C17 en de Nederlandse C130 Hercules vaak binnenkomen. De eerste prioriteit was, zoals bekend, om de lichamen naar Nederland terug te brengen. Toen - voorlopig - de laatste lichamen waren teruggevlogen, kwam de materieelstroom op gang. "Met drie tot vier vluchten per dag werd er van alles ingevlogen", vertelt Murk. "Voertuigen, medisch materieel, water, stretchers; alles wat nodig is voor de ondersteuning van de missie. Aan het begin vonden de Oekraïners het maar raar dat we zoveel materieel het gebied in brachten. ‘De lichamen van de omgekomen slachtoffers waren toch terug? Waarom dan nog zoveel spullen aanleveren?’ Al zijn er veel stoffelijke resten naar Nederland teruggebracht, we zijn hier niet klaar. Ons werk gaat door. Ik weet niet wanneer ik weer naar huis ga.”

“Aan het begin vonden de Oekraïners het maar raar dat we zoveel materieel het gebied in brachten”

x
Een Australische loadmaster gidst een voertuig uit de C17.

“Ons werk gaat door. Ik weet niet wanneer ik weer naar huis ga”

Knop omzetten

Murk spreekt van een bijzondere klus. “Ervoor zorgen dat de lichamen terug konden naar Nederland, is echt iets wat je voor je eigen land doet”, vertelt hij vlak voordat er weer een C17 landt. “Zo voelde het ook. Het was heftig om de lichamen de vliegtuigen in te zien gaan. Je staat er bij stil, denkt na over de inhoud van die kisten. Maar desondanks moet je de knop omzetten en je op je werk focussen. Ik merk dat de ramp in Nederland lééft. Ik ga voor mijn werk veel vaker naar het buitenland, maar ik heb nog nooit zoveel steunbetuigingen gehad. Mensen zijn echt enorm betrokken bij het werk dat ik hier doe.”

x
Sergeant-majoor Marvin Murk kijkt in de schemering naar de Australische C17 die op het punt staat om terug te vliegen naar Eindhoven.