Tekst Jack Oosthoek
Foto Mediacentrum Defensie

Onderzoek naar betere zorg voor uitgezonden militairen

De nazorg voor Nederlandse militairen die in een uitzendgebied gewond raken is prima, maar kan altijd beter. Dat vindt Rigo Hoencamp, traumatoloog in opleiding van het Leidsch Universitair Medisch Centrum (LUMC). Daarom doet de oud-officier van het Korps Mariniers, onder de titel ‘Battlefield Casualties’, onderzoek naar het effect van de missie in Uruzgan op de gezondheid van de Nederlandse militairen die daar dienden. 

Het onderzoek van Hoencamp, in Uruzgan pelotonscommandant, spitst zich toe op de periode 2006-2010. Ons land stuurt in deze jaren bijna 20.000 manschappen naar de Afghaanse provincie. Ongeveer 200 van hen lopen verwondingen op. Ook mentaal. Deze ‘verwondingen door krijgshandelingen’ zijn vaak het gevolg van aanslagen en vuurgevechten. Hoencamp wil weten wat de slachtoffers doormaakten en wat ze misschien nog wel doormaken.

De oud-marinier startte het onderzoek, omdat een commandant in zijn ogen een morele verplichting tegenover zijn personeel heeft. “Zware verwondingen heb je niet één dag, maar je hele leven.” 

BC
Nederlandse chirurg aan het werk in een operatiekamer in Afghanistan.

Langdurige zoekslag

Hoencamp krijgt bij zijn onderzoek hulp van elf militaire en burgerspecialisten. Ook de Hoofddirectie Personeel en de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) helpen mee. Zo stuurde de HDP 1200 Afghanistanveteranen een uitnodiging om mee te doen. Actief dienende militairen, oud-militairen, gewonden, niet-gewonden.

Er is een controlegroep samengesteld zodat de onderzoekers een adequaat antwoord kunnen geven op de impact die verwondingen hebben als die vergeleken wordt met een populatie die op uitzending is geweest en niet gewond is geraakt. Voor deze controlegroep zijn de onderzoekers nog steeds op naar deelnemers (zie kader). 

Warme belangstelling

De bijna 1200 (ex-)militairen hebben een set formulieren met vragen ontvangen. Ook worden hun medische gegevens bekeken. De vragen gaan over de consequenties van de ‘battlefield casualties’ op de kwaliteit van het leven van de Uruzganveteraan. En op dat van zijn familie en vrienden. Vooral het ‘lange termijn effect’ geniet Hoencamp’s warme belangstelling. Revalidatiearts Loes de Kruijff richt zich met name op de behandeling in het Militair Revalidatie Centrum (MRC).

De onderzoeksgroep wil bijvoorbeeld weten welk letsel de geënquêteerde opliep en welke gevolgen dat voor hem en zijn achterban heeft. In hoeverre moet hij zich aanpassen? Wat vindt hij of zij van de repatriëring, de postoperatieve behandeling, de revalidatie en de nazorg? Teveel om allemaal op te noemen. 

Uitgebreide analyse

Uiteindelijk is het de bedoeling om een uitgebreide analyse te maken van de medisch-logistieke keten in Uruzgan en “lessons learned” te implementeren. Hoe verliep bijvoorbeeld de pre-hospitale zorg? Wat was het aantal en type chirurgische ingrepen in het uitzendgebied? Hoe ging de repatriëring van de patiënten? En de nazorg? Opnieuw teveel om op te noemen.

Volgens Hoencamp werkt vrijwel iedereen die een uitnodiging kreeg, zonder problemen aan het onderzoek mee. “De missie in Uruzgan heeft diepe indruk gemaakt.” 

Bekijk hier de video over bfcnl.

Streepje

‘Battlefield casualties’ loopt nog tot begin juli. Eind dit jaar verwacht Hoencamp de eerste voorlopige resultaten te publiceren.  

Voor de controlegroep zijn de onderzoekers nog dringend op zoek naar personen met onderstaand profiel:

Je hebt tussen augustus 2006 en augustus 2010 gediend in Afghanistan en bent niet zelf gewond geraakt.

Je was wel betrokken bij een aanslag of vuurgevecht, bijvoorbeeld tijdens een patrouille. Je hebt dus gevoeld wat het effect was van zo’n ervaring binnen je peloton. Als jij voldoet aan dit profiel en mee wil doen aan het onderzoek, meld je dan via bfc@lumc.nl. Meer informatie op bfcnl.nl.

De onderzoeksgroep behandelt de informatie uit ‘Battlefield Casualties’ strikt vertrouwelijk en gebruikt de gegevens alleen voor dit onderzoek.

Streepje