Militaire Postorganisatie verbaast zich nergens meer over

Post

Het personeel van de Militaire Post Organisatie (MPO) in Utrecht verzendt jaarlijks een slordige 1,7 miljoen brieven en pakjes. Niet alleen voor militairen en burgers, maar ook voor hun thuisfront. Er zal  af en toe best iets fout lopen en het is een voorzichtige inschatting, maar het defensiepersoneel zal beslist blij zijn met de MPO. 

“Stroopwafels en dropjes gaan naar de missiegebieden, sjaaltjes en beeldjes komen naar Nederland”, vertelt kapitein Henk de Ruijter, commandant van de MPO. Samen met 32 medewerkers, een mix van burgers en militairen, regelt hij de militaire post van en naar de defensieonderdelen in Nederland. Ook verzenden ze poststukken naar het buitenland. “We sturen op dit ogenblik per week ongeveer 700 kilo post naar Mali”, geeft De Ruijter een voorbeeld.

Om de duizenden poststukken op de goede plek in het buitenland te krijgen, heeft elke militaire locatie een NAPO-nummer (Netherlands Armed Forces Post Office). “Daarnaast weet iemand ter plekke precies hoe je met de post omgaat. Hij is daarvoor speciaal door de MPO opgeleid”, weet De Ruijter.

MPO
Om de duizenden poststukken op de goede plek in het buitenland te krijgen, heeft elke militaire locatie een NAPO-nummer.
Post

Binnen 10 dagen

Om de kosten laag te houden, stuurt de postorganisatie post zoveel mogelijk met militaire vluchten mee. Maar de vliegtuigen gaan niet elke dag. Bovendien moet er ruimte aan boord zijn. Toch krijgen de MPO’ers post meestal binnen 10 dagen op bestemming. Ze weten zelfs schepen van de marine tijdig te bereiken, waar ter wereld ze ook varen. “Als wij weten wanneer een schip een haven aandoet, zorgen we dat de post dáár klaar ligt”, legt De Ruijter uit. 

“We versturen ongeveer 700 kilo post per week naar Mali”

MPO
Post arriveert bij de MPO. Op de achtergrond de ingang van het postcentrum.

Panorama en Playboy

Wil je een pakket opsturen? Bied dat dan via PostNL aan de MPO aan. Je kunt post overigens ook zelf in Utrecht afgeven. Een postpakket moet wel aan eisen voldoen. De inhoud mag bijvoorbeeld geen vloeistoffen of ‘drukhouders’ bevatten. Dus geen spuitbus met deodorant. Andere voorwaarden: gewicht maximaal 2 kilo, maximale omvang 90 centimeter (L+B+H). “Daar zijn we erg streng in”, benadrukt De Ruijter. 

Wie een pakket op de post doet, moet ook zijn gezond verstand gebruiken. Zo mag het bekend zijn dat je op grond van douanebepalingen nergens tabak mag invoeren. Met tijdschriften als Panorama of Playboy moet je ook oppassen. “In sommige landen kan dat tot veel vertraging leiden”, drukt De Ruijter zich diplomatiek uit. 

MPO
Het personeel van de MPO sorteert aan de lopende band duizenden brieven.

“Soms staat als afzender alleen iets vermeld als ‘je liefje’”

Toch gaat het nog vaak mis, ondanks voorlichting op bijvoorbeeld Thuisfront Informatiedagen. De Ruijter grist een exemplaar van een pallet met afgekeurde pakketjes die teruggaan naar de afzender. “Volgens onze scanner zitten er potten chocoladepasta in. Dat is verboden, omdat dit spul bij circa 55 graden vloeibaar wordt. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als de pot tussen andere stukken begint te lekken. Dan kunnen tijdschriften, brieven of een tekening van een kind beschadigd raken. Dat willen we vanzelfsprekend niet.” 

Slecht verpakt voedsel

De MPO’s mogen geen pakketjes openmaken om na te gaan wat er in zit. Maar de scanner van de MPO, eigendom van de douane, neemt de meeste twijfel over de inhoud vaak snel weg. “We komen van alles tegen”, lacht De Ruijter. “Flessen wijn, bier in blikken waar normaliter Pringleschips in zitten, slecht verpakt voedsel: teveel om op te noemen.” Zaalmedewerker van de MPO Henk Blaauwgeers vertelt over een pakket boerenkool dat in Utrecht voor verzending stond opgeslagen. “Na een paar dagen stonk het hele magazijn er naar.”

‘Je liefje’

Hoewel je geen straf krijgt als je ‘verboden’ spullen opstuurt (de afzender betaalt alleen de retourkosten), kan dit soms toch vervelende consequenties hebben. De Ruijter: “Soms staat als afzender alleen iets vermeld als ‘je liefje’. In een dergelijk geval gaan wij uit van de ons bekende contactgegevens. Zo stuurden we eens wat terug naar de echtgenote van een uitgezonden militair. Maar die bleek van niets te weten…”