Tekst kapitein Arthur van Beveren
Foto korporaal Gregory Fréni

‘Ogen en oren van de Directeur Wapensystemen & Bedrijven’

De Defensie Materieel Organisatie maakt de verbinding tussen willen en kunnen. De DMO vormt de brug tussen de wens van de klant, de operationele commando's (marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee), en de mogelijkheden die de budgetten en de markt bieden. In een reeks artikelen geven medewerkers een gezicht aan de DMO en vertellen hoe die (ver)binding met en door de DMO tot stand komt. Stafadjudant Jan Haans vormt de ogen en oren van de Directeur Wapensystemen & Bedrijven.

Een kantoorbaan zag hij niet zitten, de saamhorigheid, het avontuur, het buiten zijn en de fysieke elementen wel. Daarom begon Jan Haans na zijn dienstplicht in 1986 op de Koninklijke Militaire School aan een leven als beroepsmilitair. Nog steeds draagt hij het vlekkenpak, maar wel verruilde hij 2 jaar geleden zijn operationele stoel tijdelijk voor een functie als rechterhand van brigadegeneraal Ernst Dobbenberg, directeur Wapensystemen & Bedrijven (DWS&B).

Adjudant Jan Haans op de Kromhoutkazerne.

'Een plek waar ik volledig kon pionieren'

Ogen en oren

“Die aanstelling was buiten mijn comfortzone, maar ook een plek waar ik volledig kon pionieren en alle ruimte kreeg van  generaal Dobbenberg”, vertelt Jan over die beginperiode. “Het was een functie die nog niet bestond, dus konden we er zelf invulling aangeven. Ik ben de ogen en oren van de generaal die onmogelijk regelmatig op de 16 buitenlocaties van de directie fysiek zijn gezicht kan laten zien. Ik praat er met de mensen van de werkvloer, de commandanten en alles ertussenin over allerlei onderwerpen om zo DWS&B van het juiste beeld te voorzien. Dat maakt dat de directeur goed weet wat er speelt.”

Zichtbaar zijn

Het is volgens Jan de beste manier van leiderschap, zichtbaar zijn daar waar het gebeurt. “Het lukt je alleen de juiste signalen op te pikken als je zichtbaar en benaderbaar bent”, meent de adjudant. “Daarbij sla ik soms een aantal lagen over, om zo een intermediair te zijn tussen werknemer en leidinggevende. Voor mij is het makkelijker een probleem te escaleren door mijn helikopteroverzicht.” Op de stoel van een leidinggevende gaat hij uiteraard nooit zitten bezweert Jan: “ik ga niet micromanagen.”

‘Ik ga niet micromanagen’

Adjudant Jan Haans op de Kromhoutkazerne.

Militair uniform

Met zijn jarenlange dienstverband brengt Jan behoorlijk wat militaire ervaring mee. Ook bij de DMO met veel burgers kan dat voordelig uitpakken, denkt hij. “De deuren gaan niet in één keer helemaal open. Mijn uniform kan in eerste instantie voor afstand zorgen. Het kost best wat tijd om het vertrouwen te winnen. Aan de andere kant breng ik iets mee vanuit de praktijk waardoor ik de mensen op de werkvloer duidelijk kan maken waarom het zo belangrijk is wat ze doen. Zelf heb ik veel operationele ervaring, ben ook in Afghanistan geweest, en weet dus hoe belangrijk een goede ondersteuning is.”

Coronatijd

De stafadjudant was nog niet begonnen of de wereld kwam in de grootste gezondheidscrisis terecht sinds de Spaanse Griep in 1918. “In de eerste lockdown was ik onderweg op lege snelwegen. Veel mensen moesten namelijk thuiswerken, maar heel veel collega’s moesten voor de continuïteit van de organisatie ook naar hun werkplek komen. De generaal en ik vonden het belangrijk om pad te blijven en te zien hoe het met onze mensen ging. Want hoewel sommigen er geen problemen mee hadden, waren anderen angstig. Het was een onzekere tijd. Toen ik de eerste keer op een munitiecomplex binnenkwam, werd ik vreemd aangekeken en moest ik toch uitleggen wat ik kwam doen.”

Adjudant Jan Haans op de Kromhoutkazerne voor het DMO-gebouw.

‘Een groter compliment kun je een stafadjudant niet geven’

Duidelijke communicatie

Als deze periode iets heeft laten zien, dan is het volgens Jan dat mensen behoefte hebben aan structuur en duidelijkheid in de organisatie. “Er is vertrouwen in de organisatie. Maar medewerkers willen, nu het normale leven weer een beetje terugkomt, wel weten waar ze aan toe zijn. Ook als het gaat om hun verworven rechten. Wat betekent het nieuwe HR-model voor ze en het hybride werken?” Jan heeft ook wel een idee hoe je de collega’s moet benaderen: “Binnen de DMO-cultuur is men denk ik gebaat bij duidelijkheid in communicatie en kleine veranderingen die behapbaar en uitlegbaar zijn.”

Groot compliment

Jan vertrekt deze zomer naar Duitsland, waar hij aan de slag gaat als korpsadjudant bij het Duits-Nederlandse legerkorps. “Als stafadjudant wil ik mijn opvolger meegeven dat ik mensen heb ontmoet die met veel enthousiasme en motivatie op alle niveaus hun werk doen. Het meeste respect heb ik voor de mensen op de werkvloer bij de bedrijven en in Utrecht, die ondanks de crisistijd dagelijks, met bezorgdheid, aanwezig waren om de levering van kleding, munitie en brandstof voor onze militairen te waarborgen en wapensystemen inzetbaar te houden. Bij mijn vele bezoeken werd ik snel met open armen ontvangen. Ze namen mij in vertrouwen, ze vertelden hun verhalen, uitdagingen en bezorgdheden. En ik mocht ze helpen als ze daarom vroegen. Een groter compliment kun je een stafadjudant niet geven.”