07 - 5 vragen aan...

Dit artikel hoort bij: Defensiekrant 07

Militaire geneeskunde onder de loep

5 vragen aan… luitenant-ter-zee 1 Rigo Hoencamp

Van arts tot pelotonscommandant bij het Korps Mariniers en nu doctor in de geneeskunde. De carrièreswitch van luitenant-ter-zee 1 Rigo Hoencamp is opmerkelijk. Opmerkelijker nog is het onderzoek waarop de chirurg-in-opleiding recent promoveerde. Hoencamp gaf de aanzet tot de Battlefield Casualty Study. Daarin is geïnventariseerd welke effecten krijgshandelingen hadden én hebben op de naar Afghanistan uitgezonden Nederlandse militairen. Op het onlangs gehouden symposium Samen Sterker presenteerde hij voor gewonde militairen en hun naasten de uitkomsten. De studie onderstreept nog eens het nut van extra beschermingsmaatregelen en het belang van de zorg tijdens en na de revalidatie.

Waarom heeft u het initiatief genomen tot deze studie?

“Mijn intrinsieke motivatie voor deze studie was heel sterk. Ik was arts en tijdens mijn 5 jaar als pelotonscommandant bij het Korps Mariniers ben ik tussen 2009 en 2010 uitgezonden naar Uruzgan. Mannen die onder mijn bevel stonden zijn ernstig gewond geraakt. Ik vroeg me daarna af ‘hoe kan ik hier echt iets aan bijdragen?’ Daaruit is het idee voor deze studie geboren. Het is mooi om met een groot team vanuit de Defensie Gezondheidszorg Organisatie aan de zorg en nazorg van gewonden te kunnen bijdragen.”

Wat is de Battlefield Casualty Study precies?

“Het is een breed onderzoek naar de Nederlandse gewonden in de Afghanistanmissie. Daarvoor hebben we zo’n 1.200 Afghanistanveteranen benaderd. Actief dienende militairen, oud-militairen, gewond en niet gewond. We zochten allerlei gegevens bij elkaar, aan de hand van medische dossiers, maar ook met allerlei vragenlijsten. Gegevens die Defensie op zich al langer bijhoudt, maar nog niet eerder gestructureerd waren samengebracht. Met deze studie hebben we een rijke set data verzameld voor nader wetenschappelijk onderzoek. Dat loopt van de training van de medische staf tot het soort letsel, postoperatieve behandeling, revalidatie en nazorg. Allemaal met als doel de zorg te evalueren en de geleerde lessen in de praktijk te realiseren.”

Is de Afghanistanmissie in medisch opzicht anders dan eerdere missies van Nederlandse militairen, bijvoorbeeld in Korea of Libanon?

“Tussen 2006 en 2010 zijn zo’n 200 Nederlandse militairen ernstig gewond geraakt. Opvallend aan de missie in Afghanistan – en eerder al die in Irak – is dat we een stuk meer verwondingen zien door explosieven. Dat percentage ligt opvallend hoger. Verwondingen aan hoofd en nek komen relatief vaker voor. Daarentegen zijn er juist minder verwondingen aan de borstkas. Daaruit lees je hoe belangrijk de scherfwerende vesten zijn. Het nemen van beschermingsmaatregelen heeft merkbaar effect op het type verwondingen. Denk aan de aanpassingen aan de voertuigen op het gevaar van IED’s (geïmproviseerde explosieven -red.). Vooral het dragen van ballistische brillen heeft echt resultaat gehad. Het aantal gevallen van oogletsel was opmerkelijk lager.”

Behalve de kortetermijneffecten van de verwondingen inventariseerde u ook effecten op langere duur. Wat zijn daarin de opvallendste conclusies?

“Gebleken is dat de ernst van de verwondingen niet is gekoppeld aan de kwaliteit van leven. Na zwaar letsel kan je, helaas, vaak nooit meer volledig herstellen. Maar door jezelf realistische doelen te stellen en te praten over je gevoelens, kan je revalidatie aanmerkelijk beter verlopen. De omgeving van gewonde militairen is daarop duidelijk van invloed. De steun van familie en collega’s blijkt ontzettend belangrijk. Heel interessant, want daar kun je ook echt iets mee doen en zie ik kansen voor de gehele krijgsmacht. Je kunt het sociaal netwerk van een gewonde militair nog nadrukkelijker in de nazorg betrekken.”

U heeft de resultaten van de studie onlangs op het symposium Samen Sterker gepresenteerd aan gewonde (oud-) militairen en hun naasten. De mannen en vrouwen die aan de basis stonden van dit onderzoek. Hoe was dat?

“Dat gaf een waanzinnig goed gevoel. We hadden niet gekozen voor een traditioneel symposium met alleen lezingen van wetenschappers. Ook een gewonde collega en een moeder van een gewonde militair vertelden hun verhaal. Hun ervaringen zijn leerzaam, voor iedereen. Ze onderstreepten hoe belangrijk het betrekken van familie is in de nazorg. Leren van de opgedane ervaringen biedt voor Defensie kansen om de zorg te optimaliseren. Ik ben heel trots hieraan te kunnen bijdragen. Bovendien houdt het onderzoek van mijn collega’s en mij niet op, hier begint het pas. Het is onze intentie de respondenten uit de Battlefield Casualty Study tussen 2017 en 2019 opnieuw te bevragen. Daar gaan andere collega’s op promoveren. Gezamenlijk kunnen we een blijvende bijdrage leveren aan de best mogelijke zorg.”

 

Meer informatie over de Battlefield Casualty Study.